1. Aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal wordt een eenmalige uitkering toegekend van 6% van de feitelijk genoten toelage, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 12 november 1975 tot nadere vaststelling toelage Voorzitter Eerste Kamer der Staten-Generaal, over de maand september 1992, verminderd met een percentage van dat bedrag, overeenkomend met het in
artikel 21, eerste lid, Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984genoemde percentage.
2. Aan degene die op 30 september 1992 voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal was, wordt naast de eenmalige uitkering, bedoeld in het eerste lid, een eenmalige uitkering toegekend van f 215,50.