BWBR0006162
Geldig vanaf 1993-10-03
Artikel 2
Regeling verstrekking gegevens ten behoeve van inschrijving
1. Indien de aanvrager niet in Nederland woonachtig is, kan hij in plaats van een verklaring als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, een met die verklaring overeenkomend document, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag van het land van oorsprong of van herkomst, overleggen.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde aanvrager een onderdaan is van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen en in de lid-staat van oorsprong of van herkomst een met de in artikel 1, eerste lid, onder b, bedoelde verklaring overeenkomend document niet wordt afgegeven kan de aanvrager volstaan met het afleggen van een verklaring onder ede dan wel een plechtige verklaring ten overstaan van een daartoe bij of krachtens wet in die lid-staat bevoegde instantie, een notaris of een in die lid-staat bevoegde beroepsorganisatie, welke een attest afgeeft dat deze eed of plechtige verklaring bewijskracht heeft.
3. Het in het eerste lid bedoelde document en het in het tweede lid bedoelde attest mogen bij de indiening van de in artikel 1, eerste lid, bedoelde aanvraag niet ouder zijn dan drie maanden.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde aanvrager een onderdaan is van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen en in de lid-staat van oorsprong of van herkomst een met de in artikel 1, eerste lid, onder b, bedoelde verklaring overeenkomend document niet wordt afgegeven kan de aanvrager volstaan met het afleggen van een verklaring onder ede dan wel een plechtige verklaring ten overstaan van een daartoe bij of krachtens wet in die lid-staat bevoegde instantie, een notaris of een in die lid-staat bevoegde beroepsorganisatie, welke een attest afgeeft dat deze eed of plechtige verklaring bewijskracht heeft.
3. Het in het eerste lid bedoelde document en het in het tweede lid bedoelde attest mogen bij de indiening van de in artikel 1, eerste lid, bedoelde aanvraag niet ouder zijn dan drie maanden.