1. In afwijking van artikel 2, aanhef en onder c, van de Regeling zijn, onverminderd artikel 2, aanhef en onder a, van de Regeling gedurende een periode van drie maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 14 november 1991 (Stb. 670) onder de farmaceutische hulp begrepen de sera en vaccins die op dat tijdstip krachtens de Wet op sera en vaccins rechtmatig in de handel zijn.
2. Indien met betrekking tot een serum of een vaccin als bedoeld in het eerste lid binnen de daar bedoelde periode een aanvraag als bedoeld in artikel 16 van de Regeling is ingediend, is het serum of vaccin, in afwijking van artikel 2, aanhef en onder c, van de Regeling, ook na de in het eerste lid bedoelde periode onder de farmaceutische hulp begrepen tot het tijdstip waarop op de aanvraag is beslist.