BWBR0006094
Geldig vanaf 1993-09-01
Artikel 6
Regeling zeilvliegen
1. Tenzij noodzakelijk om op te stijgen of te landen, is het verboden om met een zeilvliegtuig aan het luchtverkeer deel te nemen beneden de volgende minimum vlieghoogtes:
a. boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen: tenminste 300 m (1000 voet) boven de hoogste hindernis, gelegen binnen een afstand van 600 m van het zeilvliegtuig;
b. elders dan onder a aangegeven: tenminste 150 m (500 voet) boven de grond of het water.
2. Boven de strand- en duingebieden en tijdens de periodes, genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage, mag het zeilvliegtuig worden gebruikt beneden een hoogte van 150 m (500 voet), mits de afstand tot personen en zaken minimaal 30 m en de afstand tot het strand en de duinen minimaal 5 m bedraagt.
3. Het is verboden om met een zeilvliegtuig te landen op de openbare weg of binnen een aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen.
a. boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen: tenminste 300 m (1000 voet) boven de hoogste hindernis, gelegen binnen een afstand van 600 m van het zeilvliegtuig;
b. elders dan onder a aangegeven: tenminste 150 m (500 voet) boven de grond of het water.
2. Boven de strand- en duingebieden en tijdens de periodes, genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage, mag het zeilvliegtuig worden gebruikt beneden een hoogte van 150 m (500 voet), mits de afstand tot personen en zaken minimaal 30 m en de afstand tot het strand en de duinen minimaal 5 m bedraagt.
3. Het is verboden om met een zeilvliegtuig te landen op de openbare weg of binnen een aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen.