1. De hoogte van het voorschot van de CASO-deelnemer wordt door de minister op basis van een maandelijkse voorschotaanvraag vastgesteld.
2. De voorschotaanvraag vermeldt:
a. BRIN-nummer;
b. indicatie FBS-deelnemer;
c. maand en jaar van de voorschotaanvraag;
d. bedrag netto loonkosten;
e. bedrag af te dragen pensioenpremies en loonheffing;
f. aantal verbruikte formatierekeneenheden.
3. De hoogte van het maandelijkse voorschot van niet-CASO-deelnemers wordt vastgesteld op basis van het aan de school toegekende formatiebudget en de voor het betreffende schooljaar geldende gemiddelde personeelslast.
4. Het voorschot wordt aan het bevoegd gezag van de school via GEFIS betaalbaar gesteld.
1. De omvang van de verzilvering wordt vastgesteld op basis van de voor het betreffende schooljaar door de minister vastgestelde geldswaarde per formatierekeneenheid en het door het bevoegd gezag voor het betreffende schooljaar opgegeven aantal te verzilveren formatierekeneenheden.
2. Het maandelijkse voorschotbedrag verzilverde formatierekeneenheden voor het schooljaar bedraagt één twaalfde gedeelte van het verzilveringsbedrag, berekend overeenkomstig het eerste lid. De minister stelt het voorschotbedrag aan het bevoegd gezag betaalbaar via GEFIS.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bevoorschotting personele kosten primair – en voortgezet onderwijs.
De regeling zal in het officiële publikatieblad van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.