BWBR0006078
Geldig vanaf 1994-04-01
Artikel 4
Regeling typegoedkeuring navigatielantaarns binnenvaart 1993
1. Op de hiernagenoemde vaarwegen:
a. het Noordzeekanaal en de zijkanalen daarvan met inbegrip van de Voorzaan noordwaarts tot aan de Zaansluizen, het IJ en de vaargebieden ten westen van de Noordzeesluizen te IJmuiden, alsmede de havens aan deze vaarwegen;
b. de Maasmond, de Nieuwe Waterweg, de Nieuwe Maas, het Beerkanaal, het Calandkanaal en het Hartelkanaal, alsmede de havens aan deze vaarwegen;
c. de Noord, de Oude Maas, de Dordtsche Kil, de daarop aansluitende vaarweg naar het Industrie- en Havenschap Moerdijk, alsmede de havens aan deze vaarwegen en de haven van dat Industrie- en Havenschap;
d. de vaarweg tussen de zee en de haven van Den Helder, alsmede deze haven;
e. de vaarwegen tussen de zee en de havens aan de Waddenzee, alsmede deze havens, niet zijnde voorhavens van sluizen;
f. de havens van Termunten, van Delfzijl, van Hefshuizen (Eemshaven) en van Scheveningen;
g. de havens en de voorhavens die met de Westerschelde in open verbinding staan;
h. het IJsselmeer, met inbegrip van het Markermeer en het IJmeer en met uitzondering van de Gouwzee, alsmede de havens aan deze vaarwegen; mag een zeegaand schip de lichten, zoals weergegeven in Bijlage I (Plaatsing en technische bijzonderheden van lichten en dagmerken) van de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972 (Trb. 1974, 51; zoals gewijzigd), blijven voeren.
2. Met een zeeschip worden gelijkgesteld een reddingsvaartuig, een vissersschip en een klein schip dat niet wordt gebezigd voor bedrijfsmatig vervoer van goederen of personen, zomede een door de Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen schip.
a. het Noordzeekanaal en de zijkanalen daarvan met inbegrip van de Voorzaan noordwaarts tot aan de Zaansluizen, het IJ en de vaargebieden ten westen van de Noordzeesluizen te IJmuiden, alsmede de havens aan deze vaarwegen;
b. de Maasmond, de Nieuwe Waterweg, de Nieuwe Maas, het Beerkanaal, het Calandkanaal en het Hartelkanaal, alsmede de havens aan deze vaarwegen;
c. de Noord, de Oude Maas, de Dordtsche Kil, de daarop aansluitende vaarweg naar het Industrie- en Havenschap Moerdijk, alsmede de havens aan deze vaarwegen en de haven van dat Industrie- en Havenschap;
d. de vaarweg tussen de zee en de haven van Den Helder, alsmede deze haven;
e. de vaarwegen tussen de zee en de havens aan de Waddenzee, alsmede deze havens, niet zijnde voorhavens van sluizen;
f. de havens van Termunten, van Delfzijl, van Hefshuizen (Eemshaven) en van Scheveningen;
g. de havens en de voorhavens die met de Westerschelde in open verbinding staan;
h. het IJsselmeer, met inbegrip van het Markermeer en het IJmeer en met uitzondering van de Gouwzee, alsmede de havens aan deze vaarwegen; mag een zeegaand schip de lichten, zoals weergegeven in Bijlage I (Plaatsing en technische bijzonderheden van lichten en dagmerken) van de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972 (Trb. 1974, 51; zoals gewijzigd), blijven voeren.
2. Met een zeeschip worden gelijkgesteld een reddingsvaartuig, een vissersschip en een klein schip dat niet wordt gebezigd voor bedrijfsmatig vervoer van goederen of personen, zomede een door de Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen schip.