Tot het module-examen instructeur wordt toegelaten degene die:
a. in het bezit is van ten minste het diploma onderbrandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement onderbrandmeester of een daaraan gelijkwaardig diploma;
b. 1º in het bezit is van ten minste het diploma hoofdbrandwacht, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement hoofdbrandwacht, of een daaraan gelijkwaardig diploma, alsmede van het certificaat van of de vrijstelling voor de module sociale vaardigheden, bedoeld in artikel 2, onder e, van het Examenreglement onderbrandmeester; en
2º is aangesteld in ten minste de rang van hoofdbrandwacht, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; of
1º in het bezit is van ten minste het diploma hoofdbrandwacht, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement hoofdbrandwacht, of een daaraan gelijkwaardig diploma, alsmede van het certificaat van of de vrijstelling voor de module sociale vaardigheden, bedoeld in artikel 2, onder e, van het Examenreglement onderbrandmeester; en
2º is aangesteld in ten minste de rang van hoofdbrandwacht, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; of
c. 1º de opleiding voor adjunct-hoofdbrandmeester bij het Nederlands instituut voor brandweer en rampenbestrijding volgt; en
2º in het bezit is van het certificaat van of de vrijstelling voor de module basis-repressie II, bedoeld in artikel 2, onderdeel i, van het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993.
1º de opleiding voor adjunct-hoofdbrandmeester bij het Nederlands instituut voor brandweer en rampenbestrijding volgt; en
2º in het bezit is van het certificaat van of de vrijstelling voor de module basis-repressie II, bedoeld in artikel 2, onderdeel i, van het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993.