BWBR0006046
Geldig vanaf 1993-09-01
Artikel 6
Besluit ex artikel 106 Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers
1. Nabetalingen in verband met het recht op uitkering of invaliditeitsuitkering worden voor de toepassing van artikel 5aangemerkt als uitkering respectievelijk invaliditeitsuitkering.
2. Overige nabetalingen worden voor de berekening van ingevolge de artikelen 2en 3in te houden bedragen gerekend tot de wedde dan wel schadeloosstelling over het laatste tijdvak waarover inhoudingen hebben plaatsgevonden.
3. Indien de betrokkene als politieke ambtsdrager in de functie, waaruit hij ter zake van zijn ontslag of aftreden recht heeft op uitkering of invaliditeitsuitkering, recht zou hebben gehad op een uitkering ineens, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, en deze omstandigheid niet leidt tot verhoging van de wedde of berekeningsgrondslag, waarnaar de uitkering of de invaliditeitsuitkering is berekend, wordt deze wedde of berekeningsgrondslag voor de toepassing van artikel 5dienovereenkomstig verhoogd.
2. Overige nabetalingen worden voor de berekening van ingevolge de artikelen 2en 3in te houden bedragen gerekend tot de wedde dan wel schadeloosstelling over het laatste tijdvak waarover inhoudingen hebben plaatsgevonden.
3. Indien de betrokkene als politieke ambtsdrager in de functie, waaruit hij ter zake van zijn ontslag of aftreden recht heeft op uitkering of invaliditeitsuitkering, recht zou hebben gehad op een uitkering ineens, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, en deze omstandigheid niet leidt tot verhoging van de wedde of berekeningsgrondslag, waarnaar de uitkering of de invaliditeitsuitkering is berekend, wordt deze wedde of berekeningsgrondslag voor de toepassing van artikel 5dienovereenkomstig verhoogd.