BWBR0006043
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 2
Besluit aanvulling arbeidsongeschiktheidsuitkering burgerlijke ambtenaren defensie
1. Een betrokkene heeft, indien hij onvrijwillig werkloos is, met ingang van de dag waarop het recht op invaliditeitspensioen, onderscheidenlijk het recht op uitkering overeenkomstig de normen van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringingaat, recht op een uitkering.
2. Voor de toepassing van het besluit wordt geen onvrijwillige werkloosheid aangenomen, indien betrokkene werkzaam blijft in een gelijktijdig vervulde volledige of als volledig aan te merken betrekking.
3. In afwijking van het eerste lid heeft een betrokkene geen recht op een uitkering indien zijn invaliditeitspensioen of uitkering overeenkomstig de normen van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringis gebaseerd op de bepalingen van de Algemene burgerlijke pensioenwet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringzoals deze zijn komen te luiden na de inwerkingtreding van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen.
2. Voor de toepassing van het besluit wordt geen onvrijwillige werkloosheid aangenomen, indien betrokkene werkzaam blijft in een gelijktijdig vervulde volledige of als volledig aan te merken betrekking.
3. In afwijking van het eerste lid heeft een betrokkene geen recht op een uitkering indien zijn invaliditeitspensioen of uitkering overeenkomstig de normen van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringis gebaseerd op de bepalingen van de Algemene burgerlijke pensioenwet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringzoals deze zijn komen te luiden na de inwerkingtreding van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen.