BWBR0006037
Geldig vanaf 1993-07-14
Artikel 2
Besluit betaling emolumenten burgerlijke ambtenaren defensie
1. De ambtenaar is voor het van rijkswege verstrekte genot van kost en inwoning, anders dan bij een dienstreis als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Besluit dienstreizen defensie, aan het Rijk een bedrag verschuldigd overeenkomende met respectievelijk 12% en 8% van zijn berekeningsbasis, zulks met inachtneming van door Onze Minister aan te geven maxima.
2. Voor de ambtenaar, wiens berekeningsbasis gelijk aan of lager is dan het maandbedrag van het minimumloon dat krachtens de artikelen 7, 8 en 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslaggeldt voor werknemers in de leeftijd van 23 jaar of ouder vindt het eerste lid geen toepassing, maar worden de verschuldigde bedragen voor de emolumenten kost en inwoning door Onze Minister vastgesteld.
3. Bij geoorloofde afwezigheid wordt het bedrag dat voor het genot van kost verschuldigd zou zijn voor elke dag dat dit emolument niet wordt genoten, verminderd met een bedrag dat door Onze Minister wordt vastgesteld aan de hand van het in het tweede lid bedoelde bedrag dat voor het emolument kost verschuldigd is.
2. Voor de ambtenaar, wiens berekeningsbasis gelijk aan of lager is dan het maandbedrag van het minimumloon dat krachtens de artikelen 7, 8 en 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslaggeldt voor werknemers in de leeftijd van 23 jaar of ouder vindt het eerste lid geen toepassing, maar worden de verschuldigde bedragen voor de emolumenten kost en inwoning door Onze Minister vastgesteld.
3. Bij geoorloofde afwezigheid wordt het bedrag dat voor het genot van kost verschuldigd zou zijn voor elke dag dat dit emolument niet wordt genoten, verminderd met een bedrag dat door Onze Minister wordt vastgesteld aan de hand van het in het tweede lid bedoelde bedrag dat voor het emolument kost verschuldigd is.