BWBR0006030
Geldig vanaf 1993-07-30
Artikel 8
Wet verzelfstandiging rijksmuseale diensten
1. Onze Minister gaat tot oprichting van een stichting niet eerder over dan een week nadat deze wet in werking is getreden.
2. Indien de mededeling, bedoeld in artikel 5, eerste lid, heeft plaatsgevonden drie weken of langer voor de inwerkingtreding van deze wet wordt de in artikel 5, zesde lid, bedoelde termijn waarbinnen het personeelslid kan mededelen dat hij bezwaren heeft tegen de overgang, verlengd tot de overgangsdatum.
3. Indien een kennisgeving als bedoeld in artikel 5, zevende of achtste lid, heeft plaatsgevonden voor het in werking treden van deze wet wordt de in voornoemde artikelleden bedoelde termijn waarbinnen het personeel kenbaar kan maken de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst niet te willen, verlengd tot de overgangsdatum.
2. Indien de mededeling, bedoeld in artikel 5, eerste lid, heeft plaatsgevonden drie weken of langer voor de inwerkingtreding van deze wet wordt de in artikel 5, zesde lid, bedoelde termijn waarbinnen het personeelslid kan mededelen dat hij bezwaren heeft tegen de overgang, verlengd tot de overgangsdatum.
3. Indien een kennisgeving als bedoeld in artikel 5, zevende of achtste lid, heeft plaatsgevonden voor het in werking treden van deze wet wordt de in voornoemde artikelleden bedoelde termijn waarbinnen het personeel kenbaar kan maken de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst niet te willen, verlengd tot de overgangsdatum.