BWBR0006014
Geldig vanaf 1993-06-20
Artikel 5
Interim uitvoeringsregeling EEG-slachtpremie rundvleesproducenten 1993
1. De aanvraag dient tenminste te bevatten:
a. een verklaring dat de indiener van de aanvraag producent en mester is;
b. het registratienummer van het oormerk, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de regeling, van het betrokken geslachte rund;
c. indien de producent de runderen op eigen naam en/of voor eigen rekening aanlevert, een originele nota van het betrokken, op Nederlands grondgebied gevestigde slachthuis, gesteld op naam van de producent, dat het rund waarvoor om toekenning van de premie wordt gevraagd is geslacht, uit welke nota het geslacht van het rund blijkt en een koud geslacht gewicht van tenminste 200 kg. onder vermelding van de datum van slachting van het rund;
indien de producent de runderen niet op eigen naam en niet voor eigen rekening aanlevert en dientengevolge geen originele nota, bedoeld onder het eerste gedachtenstreepje, kan overleggen, een slachthuisverklaring van het betrokken op Nederlands grondgebied gevestigde slachthuis, gesteld op naam van de producent, dat het rund waarvoor om toekenning van de premie wordt gevraagd is geslacht, uit welke verklaring het geslacht van het rund blijkt en een koud geslacht gewicht van tenminste 200 kg, onder vermelding van de datum van slachting van het rund, alsmede van de naam van degene die de runderen bij het slachthuis aanleverde.
indien de producent de runderen op eigen naam en/of voor eigen rekening aanlevert, een originele nota van het betrokken, op Nederlands grondgebied gevestigde slachthuis, gesteld op naam van de producent, dat het rund waarvoor om toekenning van de premie wordt gevraagd is geslacht, uit welke nota het geslacht van het rund blijkt en een koud geslacht gewicht van tenminste 200 kg. onder vermelding van de datum van slachting van het rund;
indien de producent de runderen niet op eigen naam en niet voor eigen rekening aanlevert en dientengevolge geen originele nota, bedoeld onder het eerste gedachtenstreepje, kan overleggen, een slachthuisverklaring van het betrokken op Nederlands grondgebied gevestigde slachthuis, gesteld op naam van de producent, dat het rund waarvoor om toekenning van de premie wordt gevraagd is geslacht, uit welke verklaring het geslacht van het rund blijkt en een koud geslacht gewicht van tenminste 200 kg, onder vermelding van de datum van slachting van het rund, alsmede van de naam van degene die de runderen bij het slachthuis aanleverde.
2. Als datum van indiening van de aanvraag geldt de dag waarop de DBH de aanvraag van de producent heeft ontvangen.
a. een verklaring dat de indiener van de aanvraag producent en mester is;
b. het registratienummer van het oormerk, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de regeling, van het betrokken geslachte rund;
c. indien de producent de runderen op eigen naam en/of voor eigen rekening aanlevert, een originele nota van het betrokken, op Nederlands grondgebied gevestigde slachthuis, gesteld op naam van de producent, dat het rund waarvoor om toekenning van de premie wordt gevraagd is geslacht, uit welke nota het geslacht van het rund blijkt en een koud geslacht gewicht van tenminste 200 kg. onder vermelding van de datum van slachting van het rund;
indien de producent de runderen niet op eigen naam en niet voor eigen rekening aanlevert en dientengevolge geen originele nota, bedoeld onder het eerste gedachtenstreepje, kan overleggen, een slachthuisverklaring van het betrokken op Nederlands grondgebied gevestigde slachthuis, gesteld op naam van de producent, dat het rund waarvoor om toekenning van de premie wordt gevraagd is geslacht, uit welke verklaring het geslacht van het rund blijkt en een koud geslacht gewicht van tenminste 200 kg, onder vermelding van de datum van slachting van het rund, alsmede van de naam van degene die de runderen bij het slachthuis aanleverde.
indien de producent de runderen op eigen naam en/of voor eigen rekening aanlevert, een originele nota van het betrokken, op Nederlands grondgebied gevestigde slachthuis, gesteld op naam van de producent, dat het rund waarvoor om toekenning van de premie wordt gevraagd is geslacht, uit welke nota het geslacht van het rund blijkt en een koud geslacht gewicht van tenminste 200 kg. onder vermelding van de datum van slachting van het rund;
indien de producent de runderen niet op eigen naam en niet voor eigen rekening aanlevert en dientengevolge geen originele nota, bedoeld onder het eerste gedachtenstreepje, kan overleggen, een slachthuisverklaring van het betrokken op Nederlands grondgebied gevestigde slachthuis, gesteld op naam van de producent, dat het rund waarvoor om toekenning van de premie wordt gevraagd is geslacht, uit welke verklaring het geslacht van het rund blijkt en een koud geslacht gewicht van tenminste 200 kg, onder vermelding van de datum van slachting van het rund, alsmede van de naam van degene die de runderen bij het slachthuis aanleverde.
2. Als datum van indiening van de aanvraag geldt de dag waarop de DBH de aanvraag van de producent heeft ontvangen.