BWBR0006010
Geldig vanaf 1993-07-01
Artikel 5
Besluit gegevensverstrekking jeugdhulpverlening
1. Na verwerking van de verstrekte gegevens worden aan de uitvoerders en de plaatsende instanties en, op verzoek, aan de hen vertegenwoordigende organisaties de door hen verstrekte gegevens ter beschikking gesteld.
2. Aan samenwerkingsverbanden en provincies worden de in het eerste lid bedoelde gegevens ter beschikking gesteld, voor zover betrekking hebbend op in hun regio of regio's functionerende uitvoerders en plaatsende instanties, en op jeugdigen die uit hun provincie afkomstig zijn.
3. Aan de in het eerste en tweede lid bedoelde instanties worden de gegevens eenmaal per kwartaal ter beschikking gesteld, uiterlijk zes maanden na afloop van het kwartaal, waar de gegevens betrekking op hebben.
4. Aan de Inspectie jeugdhulpverlening en jeugdbescherming worden op haar verzoek de in het eerste lid bedoelde gegevens ter beschikking gesteld.
5. Op een desbetreffend verzoek kunnen de in het eerste lid bedoelde gegevens worden verstrekt aan instanties die in opdracht van Onze ministers of van één van beide onderzoek op het terrein van de jeugdhulpverlening doen dan wel aan instanties die van Onze ministers of van één van beide subsidie ontvangen op basis van de Wet op de jeugdhulpverleningten behoeve van onderzoek op het terrein van de jeugdhulpverlening.
2. Aan samenwerkingsverbanden en provincies worden de in het eerste lid bedoelde gegevens ter beschikking gesteld, voor zover betrekking hebbend op in hun regio of regio's functionerende uitvoerders en plaatsende instanties, en op jeugdigen die uit hun provincie afkomstig zijn.
3. Aan de in het eerste en tweede lid bedoelde instanties worden de gegevens eenmaal per kwartaal ter beschikking gesteld, uiterlijk zes maanden na afloop van het kwartaal, waar de gegevens betrekking op hebben.
4. Aan de Inspectie jeugdhulpverlening en jeugdbescherming worden op haar verzoek de in het eerste lid bedoelde gegevens ter beschikking gesteld.
5. Op een desbetreffend verzoek kunnen de in het eerste lid bedoelde gegevens worden verstrekt aan instanties die in opdracht van Onze ministers of van één van beide onderzoek op het terrein van de jeugdhulpverlening doen dan wel aan instanties die van Onze ministers of van één van beide subsidie ontvangen op basis van de Wet op de jeugdhulpverleningten behoeve van onderzoek op het terrein van de jeugdhulpverlening.