BWBR0006009
Geldig vanaf 1997-10-15
Artikel 11
Besluit overheidsaanbestedingen
1. Voor het plaatsen van opdrachten voor leveringen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van richtlijn 93/36/EEG, die voldoen aan het bepaalde in artikel 5, eerste tot en met zesde lid, van de richtlijn en die niet in de artikelen 2, eerste lid, 3 en 4 van de richtlijn van toepassing zijn uitgesloten, passen de aanbestedende diensten de artikelen 5, zevende lid, 6, tweede tot en met vierde lid, 7, 8, eerste tot en met vijfde lid, 9, eerste tot en met vijfde lid en negende en tiende lid, 10 tot en met 13, 15, eerste en tweede lid, 15, derde lid, eerste volzin, 16 tot en met 18, 19, eerste tot en met derde lid, 20 tot en met 24, 25, tweede tot en met vierde lid, 26, 27 en 30 van de richtlijn toe.
2. De toepassing van het eerste lid geschiedt met inachtneming van het in artikel 5, eerste lid, onder a, van richtlijn 93/36/EEGgemaakte onderscheid tussen aanbestedende diensten die niet en aanbestedende diensten die wel zijn genoemd in bijlage I van de richtlijn.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid houden de in bijlage I van richtlijn 93/36/EEGgenoemde aanbestedende diensten zich bij het plaatsen van opdrachten voor leveringen aan de bepalingen van artikel 28 van de richtlijn.
4. Bij het sluiten van een overeenkomst als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van richtlijn 93/36/EEGtussen een aanbestedende dienst en een concessiehouder, niet zijnde een aanbestedende dienst, wordt bepaald dat het plaatsen van opdrachten voor leveringen ter uitvoering van die overeenkomst door de concessiehouder geschiedt op niet-discriminerende wijze.
2. De toepassing van het eerste lid geschiedt met inachtneming van het in artikel 5, eerste lid, onder a, van richtlijn 93/36/EEGgemaakte onderscheid tussen aanbestedende diensten die niet en aanbestedende diensten die wel zijn genoemd in bijlage I van de richtlijn.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid houden de in bijlage I van richtlijn 93/36/EEGgenoemde aanbestedende diensten zich bij het plaatsen van opdrachten voor leveringen aan de bepalingen van artikel 28 van de richtlijn.
4. Bij het sluiten van een overeenkomst als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van richtlijn 93/36/EEGtussen een aanbestedende dienst en een concessiehouder, niet zijnde een aanbestedende dienst, wordt bepaald dat het plaatsen van opdrachten voor leveringen ter uitvoering van die overeenkomst door de concessiehouder geschiedt op niet-discriminerende wijze.