BWBR0005998
Geldig vanaf 1993-06-12
Artikel 8
Commissie Advisering Thema-aanbieding voor de vakken tekenen, handvaardigheid en textiele werkvormen
1. Het bevoegd gezag van de instelling waaraan de leden, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, b en dwerkzaam zijn, ontvangen in verband met de door deze leden te verrichten werkzaamheden voor de commissie een bestemmingsbedrag gelijk aan de verzilveringswaarde van 18 formatierekeneenheden.
2. Het lid, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, ontvangt voor de te verrichten werkzaamheden voor de commissie een geldelijke beloning, die niet hoger zal zijn dan de verzilveringswaarde van 20 formatierekeneenheden.
3. Het bevoegd gezag van de instelling, waaraan de voorzitter van de commissie werkzaam is, ontvangt naast het bestemmingsbedrag, bedoeld in het eerste lid, tevens voor de als voorzitter van de commissie te verrichten werkzaamheden een bestemmingsbedrag, gelijk aan de verzilveringswaarde van 19 formatierekeneenheden.
4. De secretaris van de commissie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder e, ontvangt voor de te verrichten werkzaamheden van de commissie, een vergoeding gelijk aan de verzilveringswaarde van 40 formatierekeneenheden. Met het Landelijk Ondersteuningsinstituut Kunstzinnige Vorming wordt hiervoor een regeling getroffen.
5. De verzilveringswaarde per formatierekeneenheid als bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid is gelijk aan de geldswaarde die de scholen, anders dan voor uitbesteding van werkzaamheden aan extern personeel, voor niet gebruikte formatierekeneenheden ontvangen.
6. Het Landelijk Ondersteuningsinstituut Kunstzinnige Vorming ontvangt op basis van een in te dienen begroting een nader door de minister vast te stellen bedrag voor vergoeding bureaukosten en dergelijke voor zover er sprake is van administratieve ondersteuning van de commissie.
7. De leden van de commissie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a tot en met d, hebben aanspraak op vergoeding van reis- en verblijfkosten volgens het Reisbesluit 1971 en vanaf 1 april 1993 volgens het Reisbesluit binnenland
2. Het lid, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, ontvangt voor de te verrichten werkzaamheden voor de commissie een geldelijke beloning, die niet hoger zal zijn dan de verzilveringswaarde van 20 formatierekeneenheden.
3. Het bevoegd gezag van de instelling, waaraan de voorzitter van de commissie werkzaam is, ontvangt naast het bestemmingsbedrag, bedoeld in het eerste lid, tevens voor de als voorzitter van de commissie te verrichten werkzaamheden een bestemmingsbedrag, gelijk aan de verzilveringswaarde van 19 formatierekeneenheden.
4. De secretaris van de commissie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder e, ontvangt voor de te verrichten werkzaamheden van de commissie, een vergoeding gelijk aan de verzilveringswaarde van 40 formatierekeneenheden. Met het Landelijk Ondersteuningsinstituut Kunstzinnige Vorming wordt hiervoor een regeling getroffen.
5. De verzilveringswaarde per formatierekeneenheid als bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid is gelijk aan de geldswaarde die de scholen, anders dan voor uitbesteding van werkzaamheden aan extern personeel, voor niet gebruikte formatierekeneenheden ontvangen.
6. Het Landelijk Ondersteuningsinstituut Kunstzinnige Vorming ontvangt op basis van een in te dienen begroting een nader door de minister vast te stellen bedrag voor vergoeding bureaukosten en dergelijke voor zover er sprake is van administratieve ondersteuning van de commissie.
7. De leden van de commissie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a tot en met d, hebben aanspraak op vergoeding van reis- en verblijfkosten volgens het Reisbesluit 1971 en vanaf 1 april 1993 volgens het Reisbesluit binnenland