BWBR0005982
Geldig vanaf 1993-05-26
Artikel 2
Regeling erkenning diploma's Dierproevenbesluit
In het kader van de verzorging en behandeling van dieren die voor proeven worden gebruikt, is het verrichten van de navolgende werkzaamheden voorbehouden aan de navolgende categorieën van personen:
a. het uitvoeren van enkele eenvoudige biotechnische handelingen, zoals het afnemen van bloed, het oraal ingeven, het toedienen van eenvoudige injecties, het verwijderen van hechtingen en het op verantwoorde wijze doden van kleine proefdieren: de proefdierverzorger, de biotechnische medewerker en de zoölogische analist;
b. het uitvoeren van andere biotechnische werkzaamheden dan bedoeld onder a, zoals het canuleren van (bloed)vaten, het wegnemen van (delen van) organen, het toepassen van (inhalatie)narcose en het op verantwoorde wijze doden van grotere proefdieren: de biotechnisch medewerker en de zoölogische analist.
a. het uitvoeren van enkele eenvoudige biotechnische handelingen, zoals het afnemen van bloed, het oraal ingeven, het toedienen van eenvoudige injecties, het verwijderen van hechtingen en het op verantwoorde wijze doden van kleine proefdieren: de proefdierverzorger, de biotechnische medewerker en de zoölogische analist;
b. het uitvoeren van andere biotechnische werkzaamheden dan bedoeld onder a, zoals het canuleren van (bloed)vaten, het wegnemen van (delen van) organen, het toepassen van (inhalatie)narcose en het op verantwoorde wijze doden van grotere proefdieren: de biotechnisch medewerker en de zoölogische analist.