BWBR0005980
Geldig vanaf 1993-05-28
Artikel 9
Besluit jaarrekening banken
1. Op de winst- en verliesrekening worden afzonderlijk opgenomen:
a. de baten en lasten uit de gewone bedrijfsuitoefening, de belastingen daarover en het resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening na belastingen;
b. de buitengewone baten en lasten, de belastingen daarover en het buitengewone resultaat na belastingen;
c. de overige belastingen;
d. het resultaat na belastingen.
2. De baten en lasten uit de gewone bedrijfsuitoefening worden gesplitst naar:
a. de rente en soorgelijke baten, die het karakter van rente hebben, uit de activa, bedoeld in artikel 1 lid 1, onder a, b, c en d enerzijds en de rentelasten en soortgelijke lasten, die het karakter van rente hebben, uit de passiva, bedoeld in artikel 1 lid 2, onder a en d anderzijds; de verschillen, bedoeld in artikel 422 leden 2 en 3 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek worden eveneens onder deze posten opgenomen; bij de rente wordt afzonderlijk vermeld de rente uit waardepapieren met een vaste of van de rentestand afhankelijke rente;
b. de opbrengsten uit waardepapieren, onderscheiden naar de opbrengsten uit niet-vastrentende waardepapieren, uit deelnemingen in groepsmaatschappijen en uit overige deelnemingen;
c. de ontvangen provisie enerzijds en betaalde provisie anderzijds;
d. het resultaat uit financiële transacties;
e. de overige bedrijfsopbrengsten;
f. de personeels- en andere beheerskosten;
g. de afschrijvingen en de waardeverminderingen van de immateriële en materiële vaste activa;
h. de overige bedrijfslasten;
i. de waardeverminderingen van de vorderingen, bedoeld in artikel 3 lid 1, en de voorzieningen voor buiten de balanstelling opgenomen voorwaardelijke schulden en onherroepelijke toezeggingen enerzijds en de terugnemingen van deze afboekingen anderzijds;
j. de waardeverminderingen van de tot de vaste activa behorende waardepapieren, bedoeld in de artikelen 1 lid 1, onder e, en 3 lid 3, en van de deelnemingen, bedoeld in artikel 4, enerzijds en de terugnemingen van deze afboekingen anderzijds.
3. Tenzij artikel 420 lid 2 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboekwordt toegepast of tenzij van ondergeschikte betekenis op het geheel van de waardeverminderingen, bedoeld onder ivan het vorige lid, wordt de omvang aangegeven van de waardeverminderingen van de vorderingen op onderscheidenlijk banken, klanten, groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen en vennootschappen die een deelneming hebben in de bank of waarin de bank een deelneming heeft.
4. Tenzij artikel 420 lid 1 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboekwordt toegepast of tenzij van ondergeschikte betekenis op het geheel van de waardeverminderingen, bedoeld onder jvan het tweede lid, wordt de omvang aangegeven van de waardeverminderingen van onderscheidenlijk de tot de vaste activa behorende effecten, de deelnemingen in groepsmaatschappijen en de overige deelnemingen.
5. Tenzij de bestanddelen van de overige bedrijfsopbrengsten onderscheidenlijk overige bedrijfslasten van ondergeschikte betekenis zijn op het geheel van de bedrijfsopbrengsten onderscheidenlijk bedrijfslasten, worden zij naar aard en omvang toegelicht.
6. Op de buitengewone baten en lasten is artikel 377 lid 7 van toepassing.
a. de baten en lasten uit de gewone bedrijfsuitoefening, de belastingen daarover en het resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening na belastingen;
b. de buitengewone baten en lasten, de belastingen daarover en het buitengewone resultaat na belastingen;
c. de overige belastingen;
d. het resultaat na belastingen.
2. De baten en lasten uit de gewone bedrijfsuitoefening worden gesplitst naar:
a. de rente en soorgelijke baten, die het karakter van rente hebben, uit de activa, bedoeld in artikel 1 lid 1, onder a, b, c en d enerzijds en de rentelasten en soortgelijke lasten, die het karakter van rente hebben, uit de passiva, bedoeld in artikel 1 lid 2, onder a en d anderzijds; de verschillen, bedoeld in artikel 422 leden 2 en 3 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek worden eveneens onder deze posten opgenomen; bij de rente wordt afzonderlijk vermeld de rente uit waardepapieren met een vaste of van de rentestand afhankelijke rente;
b. de opbrengsten uit waardepapieren, onderscheiden naar de opbrengsten uit niet-vastrentende waardepapieren, uit deelnemingen in groepsmaatschappijen en uit overige deelnemingen;
c. de ontvangen provisie enerzijds en betaalde provisie anderzijds;
d. het resultaat uit financiële transacties;
e. de overige bedrijfsopbrengsten;
f. de personeels- en andere beheerskosten;
g. de afschrijvingen en de waardeverminderingen van de immateriële en materiële vaste activa;
h. de overige bedrijfslasten;
i. de waardeverminderingen van de vorderingen, bedoeld in artikel 3 lid 1, en de voorzieningen voor buiten de balanstelling opgenomen voorwaardelijke schulden en onherroepelijke toezeggingen enerzijds en de terugnemingen van deze afboekingen anderzijds;
j. de waardeverminderingen van de tot de vaste activa behorende waardepapieren, bedoeld in de artikelen 1 lid 1, onder e, en 3 lid 3, en van de deelnemingen, bedoeld in artikel 4, enerzijds en de terugnemingen van deze afboekingen anderzijds.
3. Tenzij artikel 420 lid 2 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboekwordt toegepast of tenzij van ondergeschikte betekenis op het geheel van de waardeverminderingen, bedoeld onder ivan het vorige lid, wordt de omvang aangegeven van de waardeverminderingen van de vorderingen op onderscheidenlijk banken, klanten, groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen en vennootschappen die een deelneming hebben in de bank of waarin de bank een deelneming heeft.
4. Tenzij artikel 420 lid 1 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboekwordt toegepast of tenzij van ondergeschikte betekenis op het geheel van de waardeverminderingen, bedoeld onder jvan het tweede lid, wordt de omvang aangegeven van de waardeverminderingen van onderscheidenlijk de tot de vaste activa behorende effecten, de deelnemingen in groepsmaatschappijen en de overige deelnemingen.
5. Tenzij de bestanddelen van de overige bedrijfsopbrengsten onderscheidenlijk overige bedrijfslasten van ondergeschikte betekenis zijn op het geheel van de bedrijfsopbrengsten onderscheidenlijk bedrijfslasten, worden zij naar aard en omvang toegelicht.
6. Op de buitengewone baten en lasten is artikel 377 lid 7 van toepassing.