BWBR0005943
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 10
Zeebrievenbesluit van Curaçao en Sint Maarten
Onze Minister kan de inschrijving van een zeeschip in het openbaar rompbevrachtingsregister doorhalen:
a. indien de kapitein zich niet houdt aan de verplichting genoemd in artikel 28, tweede lid;
b. indien een van de volgende feiten zich voordoet: 1°. indien het schip opzettelijk zodanig wordt gebruikt, dat het gevaar ontstaat, dat het Koninkrijk in een oorlog wordt betrokken;
2°. indien met het schip enig van regeringswege gegeven en bekend gemaakt bijzonder voorschrift tot handhaving van het niet deelnemen aan een oorlog opzettelijk wordt overtreden;
1°. indien het schip opzettelijk zodanig wordt gebruikt, dat het gevaar ontstaat, dat het Koninkrijk in een oorlog wordt betrokken;
2°. indien met het schip enig van regeringswege gegeven en bekend gemaakt bijzonder voorschrift tot handhaving van het niet deelnemen aan een oorlog opzettelijk wordt overtreden;
c. indien het schip wordt gebruikt voor het vervoer van verdovende middelen in de zin van de Opiumlandsverordening 1960;
d. indien het schip op een zodanige wijze is gebruikt dat dientengevolge de betrekkingen van het Koninkrijk met een of meer andere staten ernstig worden benadeeld;
e. indien door de minister op grond van artikel 8, vijfde of zesde lid, gestelde voorwaarden niet worden nageleefd.
a. indien de kapitein zich niet houdt aan de verplichting genoemd in artikel 28, tweede lid;
b. indien een van de volgende feiten zich voordoet: 1°. indien het schip opzettelijk zodanig wordt gebruikt, dat het gevaar ontstaat, dat het Koninkrijk in een oorlog wordt betrokken;
2°. indien met het schip enig van regeringswege gegeven en bekend gemaakt bijzonder voorschrift tot handhaving van het niet deelnemen aan een oorlog opzettelijk wordt overtreden;
1°. indien het schip opzettelijk zodanig wordt gebruikt, dat het gevaar ontstaat, dat het Koninkrijk in een oorlog wordt betrokken;
2°. indien met het schip enig van regeringswege gegeven en bekend gemaakt bijzonder voorschrift tot handhaving van het niet deelnemen aan een oorlog opzettelijk wordt overtreden;
c. indien het schip wordt gebruikt voor het vervoer van verdovende middelen in de zin van de Opiumlandsverordening 1960;
d. indien het schip op een zodanige wijze is gebruikt dat dientengevolge de betrekkingen van het Koninkrijk met een of meer andere staten ernstig worden benadeeld;
e. indien door de minister op grond van artikel 8, vijfde of zesde lid, gestelde voorwaarden niet worden nageleefd.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0005943
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl