BWBR0005925
Geldig vanaf 1993-05-01
Artikel 2
Instellingsbesluit Onderzoekscommissie toepassing ABW
De commissie heeft de volgende taak:
a. Het onderzoeken van de ernst en omvang en de achterliggende oorzaken van het onterecht gebruik van de ABW en in dit onderzoek de wisselwerking tussen regelgeving en uitvoering op het terrein van de ABW te betrekken;
b. Bij het in te stellen onderzoek als kader te hanteren de opzet die bij brief van 22 februari 1993 is toegezonden aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en binnen de hierboven onder a. omschreven opdracht de nadere uitwerking van het kader ter hand te nemen alsmede, waar de commissie dit voor een adequate uitvoering van de opdracht nodig acht, dit kader aan te vullen. De commissie zal deze nadere uitwerking en aanvulling op korte termijn aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voorleggen;
c. Voor het doen uitvoeren van het veldonderzoek samen te werken met onderzoeksbureau Regioplan, dat krachtens een daartoe door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te verstrekken opdracht hiermee zal worden belast. De inhoudelijke vaststelling, binnen de door het ministerie aangegeven financiële kaders, van de opdracht aan Regioplan is een verantwoordelijkheid van de commissie;
d. Eigener beweging of op verzoek van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een tussenbericht aan deze uit te brengen over de stand van zaken in het onderzoek en de voorlopige bevindingen;
e. Vóór 15 september 1993 met gebruikmaking van de resultaten van het door het genoemde onderzoeksbureau uitgevoerde veldonderzoek, aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een definitief rapport van bevindingen uit te brengen en daarin, voor zover de bevindingen er aanleiding toe geven, aanbevelingen te doen ter vergroting van de bestendigheid van de ABW tegen onterecht gebruik.
a. Het onderzoeken van de ernst en omvang en de achterliggende oorzaken van het onterecht gebruik van de ABW en in dit onderzoek de wisselwerking tussen regelgeving en uitvoering op het terrein van de ABW te betrekken;
b. Bij het in te stellen onderzoek als kader te hanteren de opzet die bij brief van 22 februari 1993 is toegezonden aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en binnen de hierboven onder a. omschreven opdracht de nadere uitwerking van het kader ter hand te nemen alsmede, waar de commissie dit voor een adequate uitvoering van de opdracht nodig acht, dit kader aan te vullen. De commissie zal deze nadere uitwerking en aanvulling op korte termijn aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voorleggen;
c. Voor het doen uitvoeren van het veldonderzoek samen te werken met onderzoeksbureau Regioplan, dat krachtens een daartoe door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te verstrekken opdracht hiermee zal worden belast. De inhoudelijke vaststelling, binnen de door het ministerie aangegeven financiële kaders, van de opdracht aan Regioplan is een verantwoordelijkheid van de commissie;
d. Eigener beweging of op verzoek van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een tussenbericht aan deze uit te brengen over de stand van zaken in het onderzoek en de voorlopige bevindingen;
e. Vóór 15 september 1993 met gebruikmaking van de resultaten van het door het genoemde onderzoeksbureau uitgevoerde veldonderzoek, aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een definitief rapport van bevindingen uit te brengen en daarin, voor zover de bevindingen er aanleiding toe geven, aanbevelingen te doen ter vergroting van de bestendigheid van de ABW tegen onterecht gebruik.