BWBR0005919
Geldig vanaf 1993-04-01
Artikel 7
Besluit uitkeringen Integraal structuurplan noorden des lands 1993/94
1. De betrokkenen gebruiken de uitkering voor het op vóór 1 januari 1995 ingediende aanvragen verstrekken van financiële middelen aan degenen die in het gebied van de betrokken provincies een project uitvoeren, dat past in:
a. een van de bij besluiten van 29 mei 1991 door de Staatssecretaris van Economische Zaken vastgestelde plannen van aanpak in het kader van het Integraal structuurplan noorden des lands IV, of
b. een door de Commissie van de Europese Gemeenschappen goedgekeurd operationeel programma als bedoeld in artikel 5 van de verordening (EEG) nr. 2052/88 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juni 1988 betreffende de taken van de Fondsen met structurele strekking, hun doeltreffendheid alsmede de coördinatie van hun bijstandsverlening onderling met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten (PbEG L 185).
Onder een operationeel programma wordt mede verstaan een mede door de Commissie van de Europese Gemeenschappen gefinancierd programma als bedoeld in de mededeling 91/C 73/14 aan de Lid-Staten tot vaststelling van richtsnoeren voor globale subsidies waarvoor de Lid-Staten voorstellen kunnen indienen in het kader van een communautair initiatief voor plattelandsontwikkeling (Leader) ( PbEGC 73/33).
2. Financiële middelen als bedoeld in het eerste lid worden slechts verstrekt aan:
a. een gemeente,
b. een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, of
c. een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid.
3. De betrokkenen nemen bij het verstrekken van financiële middelen de ingevolge de verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen voor de staat geldende verplichtingen in acht.
4. De betrokkenen kunnen de uitkering ook gebruiken ten behoeve van door henzelf uit te voeren projecten als bedoeld in het eerste lid, mits Onze Minister hiervoor voorafgaand schriftelijk toestemming heeft gegeven.
a. een van de bij besluiten van 29 mei 1991 door de Staatssecretaris van Economische Zaken vastgestelde plannen van aanpak in het kader van het Integraal structuurplan noorden des lands IV, of
b. een door de Commissie van de Europese Gemeenschappen goedgekeurd operationeel programma als bedoeld in artikel 5 van de verordening (EEG) nr. 2052/88 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juni 1988 betreffende de taken van de Fondsen met structurele strekking, hun doeltreffendheid alsmede de coördinatie van hun bijstandsverlening onderling met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten (PbEG L 185).
Onder een operationeel programma wordt mede verstaan een mede door de Commissie van de Europese Gemeenschappen gefinancierd programma als bedoeld in de mededeling 91/C 73/14 aan de Lid-Staten tot vaststelling van richtsnoeren voor globale subsidies waarvoor de Lid-Staten voorstellen kunnen indienen in het kader van een communautair initiatief voor plattelandsontwikkeling (Leader) ( PbEGC 73/33).
2. Financiële middelen als bedoeld in het eerste lid worden slechts verstrekt aan:
a. een gemeente,
b. een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, of
c. een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid.
3. De betrokkenen nemen bij het verstrekken van financiële middelen de ingevolge de verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen voor de staat geldende verplichtingen in acht.
4. De betrokkenen kunnen de uitkering ook gebruiken ten behoeve van door henzelf uit te voeren projecten als bedoeld in het eerste lid, mits Onze Minister hiervoor voorafgaand schriftelijk toestemming heeft gegeven.