BWBR0005904
Geldig vanaf 1993-04-16
Artikel 5
Wet op het specifiek cultuurbeleid
1. Onze Minister kan op aanvraag ten behoeve van cultuuruitingen specifieke uitkeringen verstrekken van tenminste € 4 500:
a. voor experimenten;
b. ter bevordering van de totstandkoming van nieuwe voorzieningen;
c. ter stimulering van activiteiten vanuit bestaande voorzieningen;
d. ter bevordering van deskundigheid en onderzoek;
e. ten behoeve van behoud van het cultureel erfgoed.
2. Specifieke uitkeringen als bedoeld in het eerste lid, onder a, b, cen e, worden gedurende ten hoogste 4 jaren verstrekt.
3. Specifieke uitkeringen als bedoeld in het eerste lid, onder d, worden éénmalig verstrekt.
a. voor experimenten;
b. ter bevordering van de totstandkoming van nieuwe voorzieningen;
c. ter stimulering van activiteiten vanuit bestaande voorzieningen;
d. ter bevordering van deskundigheid en onderzoek;
e. ten behoeve van behoud van het cultureel erfgoed.
2. Specifieke uitkeringen als bedoeld in het eerste lid, onder a, b, cen e, worden gedurende ten hoogste 4 jaren verstrekt.
3. Specifieke uitkeringen als bedoeld in het eerste lid, onder d, worden éénmalig verstrekt.