BWBR0005896
Geldig vanaf 1993-05-01
Artikel 5
Instelling projectgroep emancipatiebeleid ‘vergroting van de deelname van vrouwen aan politieke en maatschappelijke besluitvorming’
a. De projectgroep bestaat uit de voorzitter, de secretaris, de onder b. genoemde leden en extern deskundigen.
b. De Ministers van Binnenlandse Zaken, van Economische Zaken, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van Onderwijs en Wetenschappen en van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur wijzen elk één ambtenaar van zijn ministerie als lid aan.
c. De Staatssecretaris benoemt de voorzitter en de externdeskundigen.
d. De Staatssecretaris wijst een ambtenaar van zijn ministerie als secretaris aan.
e. De Staatssecretaris voorziet in de administratieve ondersteuning van de projectgroep.
b. De Ministers van Binnenlandse Zaken, van Economische Zaken, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van Onderwijs en Wetenschappen en van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur wijzen elk één ambtenaar van zijn ministerie als lid aan.
c. De Staatssecretaris benoemt de voorzitter en de externdeskundigen.
d. De Staatssecretaris wijst een ambtenaar van zijn ministerie als secretaris aan.
e. De Staatssecretaris voorziet in de administratieve ondersteuning van de projectgroep.