BWBR0005884
Geldig vanaf 1993-03-17
Artikel 6a
Besluit machines
1. Veiligheidscomponenten dienen te zijn onderworpen aan een certificeringsprocedure overeenkomstig het in dit artikel bepaalde en vergezeld te gaan van de in bijlage II van de richtlijn bedoelde EG-verklaring van overeenstemming, bestaande uit de in onderdeel C van die bijlage aangegeven onderdelen. Indien een certificeringsprocedure de afgifte van een verklaring van EG-typeonderzoek voorschrijft, dient de veiligheidscomponent of het model van de veiligheidscomponenten waarop dat voorschrift betrekking heeft, te zijn gekeurd.
2. De in het eerste lid bedoelde EG-verklaring van overeenstemming wordt uitsluitend gebezigd:
a. voor veiligheidscomponenten welke niet worden genoemd in bijlage IV, onderdeel B, van de richtlijn, indien de in de Gemeenschap of in een andere Staat, die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gevestigde fabrikant of diens gemachtigde dan wel, in het geval zij geen van beide in de Gemeenschap of in één van de andere hiervoor bedoelde Staten zijn gevestigd, degene die de veiligheidscomponenten in de Gemeenschap of in één van de andere hiervoor bedoelde Staten in de handel brengt, de in bijlage V van de richtlijn onder punt 3, onderdelen a en b, bedoelde documenten heeft samengesteld met inachtneming van het onder punt 4 van laatstgenoemde bijlage bepaalde;
b. voor veiligheidscomponenten welke worden genoemd in bijlage IV, onderdeel B, van de richtlijn en waarvan de vervaardiging niet of slechts ten dele plaatsvindt met inachtneming van de in artikel 5 bedoelde normen, of indien deze normen ontbreken, dan wel in het geval dat dergelijke normen weliswaar in acht worden genomen maar op het moment van vervaardiging van de veiligheidscomponenten deze normen niet alle van toepassing zijnde fundamentele eisen opgenomen in bijlage I van de richtlijn betreffen, indien een van de onder a genoemde personen een EG-typeonderzoekverklaring als bedoeld in bijlage VI van de richtlijn voor het betrokken type veiligheidscomponent heeft verkregen van een keuringsinstantie;
c. voor veiligheidscomponenten welke worden genoemd in bijlage IV, onderdeel B, van de richtlijn en waarvan de vervaardiging plaatsvindt met inachtneming van de in artikel 5 bedoelde normen, indien een van de onder a genoemde personen: 1°. het in bijlage VI, onder punt 2, tweede gedachtenstreepje, van de richtlijn genoemde technische constructiedossier heeft samengesteld en ter bewaring heeft doen toekomen aan een keuringsinstantie en daarvan bericht van ontvangst van deze instantie heeft verkregen, hetzij
2°. het in bijlage VI, onder punt 2, tweede gedachtenstreepje, van de richtlijn genoemde technische constructiedossier heeft samengesteld en doen toekomen aan een keuringsinstantie en deze instantie een schriftelijke verklaring heeft afgegeven inhoudende dat, volgens voornoemd dossier, de in artikel 5 bedoelde normen juist zijn toegepast en voor het overige het dossier in overeenstemming is met het dienaangaande in bijlage VI, onder punt 2, tweede gedachtenstreepje, van de richtlijn bepaalde, hetzij
3°. een EG-typeonderzoekverklaring als bedoeld in bijlage VI van de richtlijn heeft verkregen van een keuringsinstantie.
1°. het in bijlage VI, onder punt 2, tweede gedachtenstreepje, van de richtlijn genoemde technische constructiedossier heeft samengesteld en ter bewaring heeft doen toekomen aan een keuringsinstantie en daarvan bericht van ontvangst van deze instantie heeft verkregen, hetzij
2°. het in bijlage VI, onder punt 2, tweede gedachtenstreepje, van de richtlijn genoemde technische constructiedossier heeft samengesteld en doen toekomen aan een keuringsinstantie en deze instantie een schriftelijke verklaring heeft afgegeven inhoudende dat, volgens voornoemd dossier, de in artikel 5 bedoelde normen juist zijn toegepast en voor het overige het dossier in overeenstemming is met het dienaangaande in bijlage VI, onder punt 2, tweede gedachtenstreepje, van de richtlijn bepaalde, hetzij
3°. een EG-typeonderzoekverklaring als bedoeld in bijlage VI van de richtlijn heeft verkregen van een keuringsinstantie.
3. In de in het eerste lid genoemde EG-verklaring van overeenstemming wordt voor wat betreft het onderwerp overeenstemming:
a. indien de verklaring betrekking heeft op veiligheidscomponenten waarvoor: 1°. de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde procedure is gevolgd, dan wel
2°. de in het tweede lid, onderdeel c, onder 1° en 2°, bedoelde procedures zijn gevolgd, uitsluitend vermeld dat overeenstemming met de fundamentele eisen opgenomen in bijlage I van de richtlijn bestaat,
1°. de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde procedure is gevolgd, dan wel
2°. de in het tweede lid, onderdeel c, onder 1° en 2°, bedoelde procedures zijn gevolgd, uitsluitend vermeld dat overeenstemming met de fundamentele eisen opgenomen in bijlage I van de richtlijn bestaat,
b. indien de verklaring betrekking heeft op veiligheidscomponenten waarvoor: 1°. de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde procedure is gevolgd, dan wel
2°. de in het tweede lid, onderdeel c, onder 3°, bedoelde procedure is gevolgd, de overeenstemming vermeld met het type waarvoor een EG-typeonderzoekverklaring is verkregen.
1°. de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde procedure is gevolgd, dan wel
2°. de in het tweede lid, onderdeel c, onder 3°, bedoelde procedure is gevolgd, de overeenstemming vermeld met het type waarvoor een EG-typeonderzoekverklaring is verkregen.
4. Wat betreft veiligheidscomponenten waarvoor:
a. de in het tweede lid, onderdeel c, onder 1°, bedoelde procedure is gevolgd, is het bepaalde onder punt 5, eerste volzin, en punt 7 van bijlage VI van de richtlijn van overeenkomstige toepassing;
b. de in het tweede lid, onderdeel c, onder 2°, bedoelde procedure is gevolgd, is het bepaalde onder de punten 5, 6 en 7 van bijlage VI van de richtlijn van overeenkomstige toepassing.
5. Veiligheidscomponenten die met inachtneming van de procedures genoemd in dit artikel vergezeld gaan van de EG-verklaring van overeenstemming, worden vermoed te voldoen aan het in artikel 4, tweede volzin, bepaalde.
6. a. Indien de fabrikant, diens in Nederland gevestigde gemachtigde, of, in het geval zij geen van beide in Nederland zijn gevestigd, degene die de veiligheidscomponenten in Nederland in de handel brengt, voornemens is aan het model van een veiligheidscomponent, of aan te vervaardigen en in de handel te brengen veiligheidscomponenten, waarvoor een verklaring van typeonderzoek is afgegeven, wijzigingen aan te brengen, stelt hij de krachtens artikel 5 van de wet aangewezen keuringsinstantie die de verklaring van type-onderzoek heeft afgegeven hiervan onverwijld in kennis.
b. De in onderdeel a bedoelde keuringsinstantie beoordeelt de wijzigingen en deelt de in onderdeel a bedoelde persoon mede of de typeonderzoekverklaring voor het aldus gewijzigde model of de gewijzigde veiligheidscomponenten geldig is.
c. Indien de in onderdeel a bedoelde keuringsinstantie van oordeel is dat de verklaring van EG-typeonderzoek voor de gewijzigde veiligheidscomponent niet geldig is, moet die veiligheidscomponent aan een EG-typeonderzoek worden onderworpen.
7. Een gedraging in strijd met het eerste en het tweede lid is verboden.
2. De in het eerste lid bedoelde EG-verklaring van overeenstemming wordt uitsluitend gebezigd:
a. voor veiligheidscomponenten welke niet worden genoemd in bijlage IV, onderdeel B, van de richtlijn, indien de in de Gemeenschap of in een andere Staat, die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gevestigde fabrikant of diens gemachtigde dan wel, in het geval zij geen van beide in de Gemeenschap of in één van de andere hiervoor bedoelde Staten zijn gevestigd, degene die de veiligheidscomponenten in de Gemeenschap of in één van de andere hiervoor bedoelde Staten in de handel brengt, de in bijlage V van de richtlijn onder punt 3, onderdelen a en b, bedoelde documenten heeft samengesteld met inachtneming van het onder punt 4 van laatstgenoemde bijlage bepaalde;
b. voor veiligheidscomponenten welke worden genoemd in bijlage IV, onderdeel B, van de richtlijn en waarvan de vervaardiging niet of slechts ten dele plaatsvindt met inachtneming van de in artikel 5 bedoelde normen, of indien deze normen ontbreken, dan wel in het geval dat dergelijke normen weliswaar in acht worden genomen maar op het moment van vervaardiging van de veiligheidscomponenten deze normen niet alle van toepassing zijnde fundamentele eisen opgenomen in bijlage I van de richtlijn betreffen, indien een van de onder a genoemde personen een EG-typeonderzoekverklaring als bedoeld in bijlage VI van de richtlijn voor het betrokken type veiligheidscomponent heeft verkregen van een keuringsinstantie;
c. voor veiligheidscomponenten welke worden genoemd in bijlage IV, onderdeel B, van de richtlijn en waarvan de vervaardiging plaatsvindt met inachtneming van de in artikel 5 bedoelde normen, indien een van de onder a genoemde personen: 1°. het in bijlage VI, onder punt 2, tweede gedachtenstreepje, van de richtlijn genoemde technische constructiedossier heeft samengesteld en ter bewaring heeft doen toekomen aan een keuringsinstantie en daarvan bericht van ontvangst van deze instantie heeft verkregen, hetzij
2°. het in bijlage VI, onder punt 2, tweede gedachtenstreepje, van de richtlijn genoemde technische constructiedossier heeft samengesteld en doen toekomen aan een keuringsinstantie en deze instantie een schriftelijke verklaring heeft afgegeven inhoudende dat, volgens voornoemd dossier, de in artikel 5 bedoelde normen juist zijn toegepast en voor het overige het dossier in overeenstemming is met het dienaangaande in bijlage VI, onder punt 2, tweede gedachtenstreepje, van de richtlijn bepaalde, hetzij
3°. een EG-typeonderzoekverklaring als bedoeld in bijlage VI van de richtlijn heeft verkregen van een keuringsinstantie.
1°. het in bijlage VI, onder punt 2, tweede gedachtenstreepje, van de richtlijn genoemde technische constructiedossier heeft samengesteld en ter bewaring heeft doen toekomen aan een keuringsinstantie en daarvan bericht van ontvangst van deze instantie heeft verkregen, hetzij
2°. het in bijlage VI, onder punt 2, tweede gedachtenstreepje, van de richtlijn genoemde technische constructiedossier heeft samengesteld en doen toekomen aan een keuringsinstantie en deze instantie een schriftelijke verklaring heeft afgegeven inhoudende dat, volgens voornoemd dossier, de in artikel 5 bedoelde normen juist zijn toegepast en voor het overige het dossier in overeenstemming is met het dienaangaande in bijlage VI, onder punt 2, tweede gedachtenstreepje, van de richtlijn bepaalde, hetzij
3°. een EG-typeonderzoekverklaring als bedoeld in bijlage VI van de richtlijn heeft verkregen van een keuringsinstantie.
3. In de in het eerste lid genoemde EG-verklaring van overeenstemming wordt voor wat betreft het onderwerp overeenstemming:
a. indien de verklaring betrekking heeft op veiligheidscomponenten waarvoor: 1°. de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde procedure is gevolgd, dan wel
2°. de in het tweede lid, onderdeel c, onder 1° en 2°, bedoelde procedures zijn gevolgd, uitsluitend vermeld dat overeenstemming met de fundamentele eisen opgenomen in bijlage I van de richtlijn bestaat,
1°. de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde procedure is gevolgd, dan wel
2°. de in het tweede lid, onderdeel c, onder 1° en 2°, bedoelde procedures zijn gevolgd, uitsluitend vermeld dat overeenstemming met de fundamentele eisen opgenomen in bijlage I van de richtlijn bestaat,
b. indien de verklaring betrekking heeft op veiligheidscomponenten waarvoor: 1°. de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde procedure is gevolgd, dan wel
2°. de in het tweede lid, onderdeel c, onder 3°, bedoelde procedure is gevolgd, de overeenstemming vermeld met het type waarvoor een EG-typeonderzoekverklaring is verkregen.
1°. de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde procedure is gevolgd, dan wel
2°. de in het tweede lid, onderdeel c, onder 3°, bedoelde procedure is gevolgd, de overeenstemming vermeld met het type waarvoor een EG-typeonderzoekverklaring is verkregen.
4. Wat betreft veiligheidscomponenten waarvoor:
a. de in het tweede lid, onderdeel c, onder 1°, bedoelde procedure is gevolgd, is het bepaalde onder punt 5, eerste volzin, en punt 7 van bijlage VI van de richtlijn van overeenkomstige toepassing;
b. de in het tweede lid, onderdeel c, onder 2°, bedoelde procedure is gevolgd, is het bepaalde onder de punten 5, 6 en 7 van bijlage VI van de richtlijn van overeenkomstige toepassing.
5. Veiligheidscomponenten die met inachtneming van de procedures genoemd in dit artikel vergezeld gaan van de EG-verklaring van overeenstemming, worden vermoed te voldoen aan het in artikel 4, tweede volzin, bepaalde.
6. a. Indien de fabrikant, diens in Nederland gevestigde gemachtigde, of, in het geval zij geen van beide in Nederland zijn gevestigd, degene die de veiligheidscomponenten in Nederland in de handel brengt, voornemens is aan het model van een veiligheidscomponent, of aan te vervaardigen en in de handel te brengen veiligheidscomponenten, waarvoor een verklaring van typeonderzoek is afgegeven, wijzigingen aan te brengen, stelt hij de krachtens artikel 5 van de wet aangewezen keuringsinstantie die de verklaring van type-onderzoek heeft afgegeven hiervan onverwijld in kennis.
b. De in onderdeel a bedoelde keuringsinstantie beoordeelt de wijzigingen en deelt de in onderdeel a bedoelde persoon mede of de typeonderzoekverklaring voor het aldus gewijzigde model of de gewijzigde veiligheidscomponenten geldig is.
c. Indien de in onderdeel a bedoelde keuringsinstantie van oordeel is dat de verklaring van EG-typeonderzoek voor de gewijzigde veiligheidscomponent niet geldig is, moet die veiligheidscomponent aan een EG-typeonderzoek worden onderworpen.
7. Een gedraging in strijd met het eerste en het tweede lid is verboden.