BWBR0005841
Geldig vanaf 1993-02-01
Artikel 6
Regeling agressieve dieren
1. Een dierenpaspoort als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, danwel een identificatiemerk als daar bedoeld ingeval de houder van het dier reeds beschikt over een geldig dierenpaspoort, dient binnen tien weken na de datum van inwerkingtreding van deze regeling te worden aangevraagd bij de stichting op een daartoe bestemd formulier. Aanvragen die na het verstrijken van de periode van tien weken door de Stichting zijn ontvangen, worden niet meer in behandeling genomen.
2. Op de achterzijde van het aanvraagformulier, bedoeld in het eerste lid, dient de desbetreffende verklaring te zijn vermeld, bedoeld in artikel 4. Indien de houder van het dier reeds beschikt over een dierenpaspoort wordt dit meegezonden.
3. Indien sprake is van een dier als bedoeld in artikel 4, onderdeel c, dient de houder binnen zeven weken na de geboorte van de pup of de pups voorts een verklaring als bedoeld in artikel 4, onderdeel a, toe te zenden aan de stichting met gebruikmaking van het daartoe bestemde formulier.
2. Op de achterzijde van het aanvraagformulier, bedoeld in het eerste lid, dient de desbetreffende verklaring te zijn vermeld, bedoeld in artikel 4. Indien de houder van het dier reeds beschikt over een dierenpaspoort wordt dit meegezonden.
3. Indien sprake is van een dier als bedoeld in artikel 4, onderdeel c, dient de houder binnen zeven weken na de geboorte van de pup of de pups voorts een verklaring als bedoeld in artikel 4, onderdeel a, toe te zenden aan de stichting met gebruikmaking van het daartoe bestemde formulier.