BWBR0005807
Geldig vanaf 2024-12-18
Artikel 9
Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
1. De in artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de wetbedoelde teruggaaf wordt slechts verleend indien:
a. direct achter de bestuurderszitplaats een vaste wand is aangebracht over de gehele breedte van de personenauto of de bestelauto;
b. de achterruimte niet is voorzien van zitplaatsen en veiligheidsgordels; en
c. de personenauto of de bestelauto uitsluitend wordt gebruikt voor het vervoer van stoffelijke overschotten.
2. De in artikel 15, vierde lid, van de wetbedoelde aangifte wordt gedaan indien niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen in het eerste lid, of indien het motorrijtuig binnen acht jaren na het tijdstip waarop het recht op teruggaaf is ontstaan, wordt afgestoten.
a. direct achter de bestuurderszitplaats een vaste wand is aangebracht over de gehele breedte van de personenauto of de bestelauto;
b. de achterruimte niet is voorzien van zitplaatsen en veiligheidsgordels; en
c. de personenauto of de bestelauto uitsluitend wordt gebruikt voor het vervoer van stoffelijke overschotten.
2. De in artikel 15, vierde lid, van de wetbedoelde aangifte wordt gedaan indien niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen in het eerste lid, of indien het motorrijtuig binnen acht jaren na het tijdstip waarop het recht op teruggaaf is ontstaan, wordt afgestoten.