BWBR0005803
Geldig vanaf 1993-01-01
Artikel XI
Wet invoering van en aanpassing aan de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van andere produkten
1. Op grond van de Wet op de accijnsverleende vergunningen voor het met vrijstelling van accijns betrekken van alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak, worden aangemerkt als op grond van hoofdstuk V van de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produktenverleende vergunningen.
2. De aan het eind van 31 december 1992 aanwezige hoeveelheid alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak die op grond van een krachtens de Wet op de accijnsverleende vergunning met vrijstelling is betrokken, wordt aangemerkt als bij de aanvang van 1 januari 1993 op grond van een krachtens hoofdstuk V van de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produktenverleende vergunning met vrijstelling betrokken alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak.
2. De aan het eind van 31 december 1992 aanwezige hoeveelheid alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak die op grond van een krachtens de Wet op de accijnsverleende vergunning met vrijstelling is betrokken, wordt aangemerkt als bij de aanvang van 1 januari 1993 op grond van een krachtens hoofdstuk V van de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produktenverleende vergunning met vrijstelling betrokken alcoholvrije dranken, pruimtabak of snuiftabak.