BWBR0005763
Geldig vanaf 2004-03-29
Artikel 24
Regeling vergunningverlening
Bij vervoer van goederen over de binnenwateren, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet vervoer binnenvaart bevindt het voor het desbetreffende binnenschip afgegeven vergunningbewijs, bedoeld in artikel 22 van de Wet vervoer binnenvaart, of het gewaarmerkte afschrift, bedoeld in artikel 15, derde lid, of het overeenkomstig bewijsstuk, bedoeld in artikel 20, zich aan boord van het binnenschip, waarvoor het is afgegeven, danwel draagt de vergunninghouder er zorg voor dat:
a. het vergunningbewijs, bedoeld in artikel 22 van de Wet vervoer binnenvaart;
b. het gewaarmerkte afschrift, bedoeld in artikel 15, derde lid; of
c. het overeenkomstig bewijsstuk, bedoeld in artikel 20, op één van de volgende wijzen kan worden gecontroleerd: 1. ten kantore van de eigenaar of de exploitant van dat binnenschip;
2. aan de hand van de gegevens van de registratie, bedoeld in artikel 53 van de Wet vervoer binnenvaart, met betrekking tot dat binnenschip; of
3. aan de hand van de gegevens van de bevoegde autoriteit, die het overeenkomstig bewijsstuk heeft verstrekt.
1. ten kantore van de eigenaar of de exploitant van dat binnenschip;
2. aan de hand van de gegevens van de registratie, bedoeld in artikel 53 van de Wet vervoer binnenvaart, met betrekking tot dat binnenschip; of
3. aan de hand van de gegevens van de bevoegde autoriteit, die het overeenkomstig bewijsstuk heeft verstrekt.
a. het vergunningbewijs, bedoeld in artikel 22 van de Wet vervoer binnenvaart;
b. het gewaarmerkte afschrift, bedoeld in artikel 15, derde lid; of
c. het overeenkomstig bewijsstuk, bedoeld in artikel 20, op één van de volgende wijzen kan worden gecontroleerd: 1. ten kantore van de eigenaar of de exploitant van dat binnenschip;
2. aan de hand van de gegevens van de registratie, bedoeld in artikel 53 van de Wet vervoer binnenvaart, met betrekking tot dat binnenschip; of
3. aan de hand van de gegevens van de bevoegde autoriteit, die het overeenkomstig bewijsstuk heeft verstrekt.
1. ten kantore van de eigenaar of de exploitant van dat binnenschip;
2. aan de hand van de gegevens van de registratie, bedoeld in artikel 53 van de Wet vervoer binnenvaart, met betrekking tot dat binnenschip; of
3. aan de hand van de gegevens van de bevoegde autoriteit, die het overeenkomstig bewijsstuk heeft verstrekt.