BWBR0005757
Geldig vanaf 1993-01-13
Artikel 2
Besluit Raad voor dierenaangelegenheden
1. De Raad bestaat uit ten hoogste vijftien leden.
2. In de Raad hebben naast een voorzitter zitting:
a. één lid benoemd op voordracht van de Land- en Tuinbouworganisatie Nederland;
b. één lid benoemd op voordracht van het Produktschap voor Vee en Vlees;
c. één lid benoemd op voordracht van het Produktschap voor Pluimvee en Eieren;
d. één lid benoemd op de gezamenlijke voordracht van het Bedrijfschap voor de Handel in Vee en het Bedrijfschap voor de Pluimveehandel en -industrie;
e. één lid benoemd op de voordracht van de Stichting Gezondheidszorg voor dieren;
f. drie leden benoemd op voordracht van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren;
g. één lid benoemd op de voordracht van de Consumentenbond;
h. één lid benoemd op de gezamenlijke voordracht van de Faculteit der Diergeneeskunde van de Rijksuniversiteit Utrecht en de Landbouwuniversiteit;
i. één lid op voordracht van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde;
j. één lid benoemd op voordracht van organisaties werkzaam op het gebied van de gezondheid en het welzijn van gezelschapsdieren;
k. één lid benoemd op de gezamenlijke voordracht van patiëntenorganisaties en
l. één deskundigen werkzaam op het gebied van de ethiek.
2. In de Raad hebben naast een voorzitter zitting:
a. één lid benoemd op voordracht van de Land- en Tuinbouworganisatie Nederland;
b. één lid benoemd op voordracht van het Produktschap voor Vee en Vlees;
c. één lid benoemd op voordracht van het Produktschap voor Pluimvee en Eieren;
d. één lid benoemd op de gezamenlijke voordracht van het Bedrijfschap voor de Handel in Vee en het Bedrijfschap voor de Pluimveehandel en -industrie;
e. één lid benoemd op de voordracht van de Stichting Gezondheidszorg voor dieren;
f. drie leden benoemd op voordracht van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren;
g. één lid benoemd op de voordracht van de Consumentenbond;
h. één lid benoemd op de gezamenlijke voordracht van de Faculteit der Diergeneeskunde van de Rijksuniversiteit Utrecht en de Landbouwuniversiteit;
i. één lid op voordracht van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde;
j. één lid benoemd op voordracht van organisaties werkzaam op het gebied van de gezondheid en het welzijn van gezelschapsdieren;
k. één lid benoemd op de gezamenlijke voordracht van patiëntenorganisaties en
l. één deskundigen werkzaam op het gebied van de ethiek.