BWBR0005749
Geldig vanaf 1993-01-01
Artikel 5
Besluit vergoedingen luchtverkeersbeveiliging
Van de verplichting tot het betalen van de vergoeding zijn de volgende vluchten vrijgesteld:
a. vluchten die uitsluitend voor het vervoer op officieel werkbezoek van een regerend vorst en zijn of haar naaste familie, een staatshoofd, regeringsleider of minister worden uitgevoerd wanneer dit gestaafd is door opname van een aantekening daartoe (status indicator) in het vliegplan;
b. vluchten ten dienste van douane of politie;
c. vluchten ten behoeve van opsporings- en reddingswerk;
d. gemengde VFR/IFR-vluchten waarbij tijdens het gehele "en-route"-gedeelte in het vluchtinformatiegebied Amsterdam uitsluitend de bij of krachtens het Luchtverkeersreglement vastgestelde nadere regels houdende zichtvliegvoorschriften van toepassing zijn;
e. vluchten die beginnen en eindigen op hetzelfde luchtvaartterrein zonder dat een tussenlanding heeft plaatsgevonden;
f. vluchten met luchtvaartuigen waarvan de MTOW minder is dan twee ton.
g. militaire vluchten van enige staat;
h. vluchten welke uitsluitend worden uitgevoerd met het oog op het verkrijgen of verlengen van een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring of van een aantekening voor cockpitpersoneel, indien dit gestaafd is door opname van een aantekening daartoe (status indicator) in het vliegplan en die uitsluitend in het Nederlandse luchtruim worden uitgevoerd en niet dienen voor het vervoer van passagiers of vracht noch voor positiebepaling of transporteren van het luchtvaartuig;
i. vluchten uitsluitend ter controle of beproeving van de werking van radio-technische en andere installaties ten behoeve van de luchtvaartnavigatie.
a. vluchten die uitsluitend voor het vervoer op officieel werkbezoek van een regerend vorst en zijn of haar naaste familie, een staatshoofd, regeringsleider of minister worden uitgevoerd wanneer dit gestaafd is door opname van een aantekening daartoe (status indicator) in het vliegplan;
b. vluchten ten dienste van douane of politie;
c. vluchten ten behoeve van opsporings- en reddingswerk;
d. gemengde VFR/IFR-vluchten waarbij tijdens het gehele "en-route"-gedeelte in het vluchtinformatiegebied Amsterdam uitsluitend de bij of krachtens het Luchtverkeersreglement vastgestelde nadere regels houdende zichtvliegvoorschriften van toepassing zijn;
e. vluchten die beginnen en eindigen op hetzelfde luchtvaartterrein zonder dat een tussenlanding heeft plaatsgevonden;
f. vluchten met luchtvaartuigen waarvan de MTOW minder is dan twee ton.
g. militaire vluchten van enige staat;
h. vluchten welke uitsluitend worden uitgevoerd met het oog op het verkrijgen of verlengen van een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring of van een aantekening voor cockpitpersoneel, indien dit gestaafd is door opname van een aantekening daartoe (status indicator) in het vliegplan en die uitsluitend in het Nederlandse luchtruim worden uitgevoerd en niet dienen voor het vervoer van passagiers of vracht noch voor positiebepaling of transporteren van het luchtvaartuig;
i. vluchten uitsluitend ter controle of beproeving van de werking van radio-technische en andere installaties ten behoeve van de luchtvaartnavigatie.