BWBR0005741
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 10
Warenwetbesluit Eiprodukten
1. Eiprodukten waarvoor een bepaalde opslagtemperatuur is vereist, moeten:
a. worden opgeslagen in recipiënten die zodanig zijn opgesteld dat de lucht daaronder vrij kan circuleren;
b. zo snel mogelijk tot de vereiste temperatuur worden gekoeld; en
c. voortdurend bij die temperatuur worden bewaard.
2. De in het tweede lid bedoelde opslagtemperatuur moet voortdurend geregistreerd worden.
3. Onverminderd de vorige leden, moeten eiprodukten worden opgeslagen bij ten hoogste de volgende temperaturen:
a. - 12°C voor de bevroren waar;
b. + 4°C voor de gekoelde waar.
a. worden opgeslagen in recipiënten die zodanig zijn opgesteld dat de lucht daaronder vrij kan circuleren;
b. zo snel mogelijk tot de vereiste temperatuur worden gekoeld; en
c. voortdurend bij die temperatuur worden bewaard.
2. De in het tweede lid bedoelde opslagtemperatuur moet voortdurend geregistreerd worden.
3. Onverminderd de vorige leden, moeten eiprodukten worden opgeslagen bij ten hoogste de volgende temperaturen:
a. - 12°C voor de bevroren waar;
b. + 4°C voor de gekoelde waar.