BWBR0005731
Geldig vanaf 1993-02-01
Artikel 3.0
Personele regeling herverdeling wegenbeheer
Bij reorganisaties, fusies en overnemingen is het gebruikelijk dat de oplossing van de daarmee samenhangende personele problematiek primair in eigen kring plaatsvindt.
In die gevallen evenwel dat hele bedrijven (ondernemingen, diensten zoals bijvoorbeeld bij privatisering) overgaan naar een nieuwe/andere werkgever of complete onderdelen van bedrijven, ondernemingen en diensten worden overgenomen, is het gebruikelijk dat het personeel mee overgaat met het werk.
In het kader van de herziening van het wegenbeheer is van een dergelijke overgang van hele (onderdelen van) ondernemingen, bedrijven en diensten vrijwel geen sprake. In de praktijk blijkt evenwel, dat een personeelslid of meerdere personeelsleden aan het beheer en onderhoud van de over te dragen wegvakken en bruggen verbonden is/zijn. In die gevallen is het uitgangspunt dat het betrokken personeelslid met het werk overgaat.
In een aantal situaties is dit evenwel niet wenselijk of mogelijk:
a. Als de over te dragen taken niet kunnen worden gecombineerd tot hele functies bij de nieuwe beheerder. Ook kan soms sprake zijn van meer dan één nieuwe beheerder. De operatie wegenbeheer heeft immers een saldo-effect. Tussen de verschillende overheidswerkgevers onderling zullen wegen en bruggen van beheerder wisselen. In die situatie is het ‘taak over-man over’ principe niet uit te voeren.
b. Wanneer de nieuwe beheerder functies als beheer en onderhoud reeds vóór 01-01-1989 in zijn geheel uitbesteedt aan derden.
c. Als herplaatsing binnen het gezagsbereik van de oude beheerder een meer passende oplossing biedt voor het personeelslid.
Indien zich de voornoemde drie situaties voordoen, zullen deze ter toetsing aan de regionale plaatsingsadviescommissie (art. 4.1 e.v.) worden voorgelegd. Aldus is het mogelijk dat herplaatsing van het personeelslid om de bovengenoemde drie redenen bij de nieuwe beheerder op de over te dragen weg of brug niet gerealiseerd wordt.
In het onder c. genoemde geval is er sprake van een nieuwe functie voor het betreffende personeelslid bij de oude beheerder.
In de gevallen a. en b. is er nog geen nieuwe functie voor het personeelslid en is het de taak van de regionale plaatsingsadviescommissie om ook de overige functies, die ten gevolge van de herziening van het wegenbeheer volgens de beheerders ontstaan, te inventariseren.
Na een afstemming van vraag en aanbod via deze regeling, wordt alsnog getracht het personeelslid een passende functie aan te bieden.
Alle betrokken wegbeheerders hebben hierbij een gezamenlijke inspanningsverplichting om gedwongen ontslagen te voorkomen.
Zij doen alles dat in hun vermogen ligt om het personeelslid een passende functie te bieden, zulks overeenkomstig de lijn zoals in het bovenstaande is weergegeven. Wanneer op de datum van de overdrachten dan alsnog een herplaatsingsmogelijkheid ontbreekt, zal de regionale plaatsingsadviescommissie nog tot een jaar nadien zoeken naar een passende functie in het gezagsbereik van de betrokken diensten.
Overigens is het bij een dergelijke overplaatsing, zowel als bij alle in het voorafgaande genoemde overplaatsingen, dat de nieuwe beheerder verantwoordelijk is voor wijziging of aanpassing van de functie die over komt, of geheel nieuw ontstaat.
Bij vermeend in gebreke blijven kan door het personeelslid een bezwaar worden ingediend bij de bezwarencommissie (art. 4.35 e.v.).
Overige uitgangspunten zijn:
kosten van overgang (opleidingen, reis- en verplaatsingskosten volgens regelingen van de nieuwe beheerder, garantietoeslag) zijn voor rekening van de nieuwe beheerder;
kosten van wachtgeld en dergelijke zijn voor rekening van de oude beheerder;
personele middelen, die verband houden met de over te dragen wegen, gaan over via algemene verdeelsleutels van gemeentefonds en provinciefonds, er is géén directe koppeling tussen de overgang van mensen en middelen.
3.1
De belangen van de dienst en het personeelslid zijn nevengeschikt, hetgeen betekent dat zij elkaar over en weer begrenzingen opleggen.
Sociale, financiële en organisatorische aspecten van de herverdeling van het wegenbeheer worden daarom bij het voorbereiden en verwezenlijken hiervan vanaf het begin in gelijke mate in beschouwing genomen.
3.2
De doelstelling van het rond de herverdeling te voeren personeelsbeleid is ingrijpende gevolgen voor het personeelslid als uitvloeisel van de herverdeling te voorkomen.
3.3
Gestreefd wordt naar overeenstemming met de betrokken overlegkaders bij de diverse diensten.
3.4
Gezien de betrokkenheid van meerdere diensten wordt tevens een gemeenschappelijk georganiseerd overleg in het leven geroepen. Taakstelling en afbakening met bestaande overlegvormen worden in overleg met de Centrales van Overheidspersoneel nader bepaald.
Tevens hebben vertegenwoordigers van de Centrales van Overheidspersoneel zitting in de plaatsingsadviescommissies en de bezwarencommissie.
3.5
De plaatsing wordt zorgvuldig voorbereid en verwezenlijkt, met inachtneming van hetgeen in deze regeling is bepaald.
3.6
Het personeelslid wordt door de eigen dienst regelmatig in kennis gesteld van de wijze en de voortgang van de voorbereiding van de herverdeling, de stand van zaken in de besluitvorming en de wijze waarop de herverdeling zal worden verwezenlijkt.
3.7
Beslissingen ten aanzien van het individuele personeelslid worden niet eerder genomen dan nadat het betrokken personeelslid indien hij dat wenst is gehoord en hij zijn wensen, belangstelling en alles wat hij van belang acht kenbaar heeft kunnen maken.
3.8
Bij het nemen van beslissingen ten aanzien van het individuele personeelslid wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met zijn wensen, persoonlijkheid, omstandigheden alsmede de voor hem bestaande vooruitzichten.
In die gevallen evenwel dat hele bedrijven (ondernemingen, diensten zoals bijvoorbeeld bij privatisering) overgaan naar een nieuwe/andere werkgever of complete onderdelen van bedrijven, ondernemingen en diensten worden overgenomen, is het gebruikelijk dat het personeel mee overgaat met het werk.
In het kader van de herziening van het wegenbeheer is van een dergelijke overgang van hele (onderdelen van) ondernemingen, bedrijven en diensten vrijwel geen sprake. In de praktijk blijkt evenwel, dat een personeelslid of meerdere personeelsleden aan het beheer en onderhoud van de over te dragen wegvakken en bruggen verbonden is/zijn. In die gevallen is het uitgangspunt dat het betrokken personeelslid met het werk overgaat.
In een aantal situaties is dit evenwel niet wenselijk of mogelijk:
a. Als de over te dragen taken niet kunnen worden gecombineerd tot hele functies bij de nieuwe beheerder. Ook kan soms sprake zijn van meer dan één nieuwe beheerder. De operatie wegenbeheer heeft immers een saldo-effect. Tussen de verschillende overheidswerkgevers onderling zullen wegen en bruggen van beheerder wisselen. In die situatie is het ‘taak over-man over’ principe niet uit te voeren.
b. Wanneer de nieuwe beheerder functies als beheer en onderhoud reeds vóór 01-01-1989 in zijn geheel uitbesteedt aan derden.
c. Als herplaatsing binnen het gezagsbereik van de oude beheerder een meer passende oplossing biedt voor het personeelslid.
Indien zich de voornoemde drie situaties voordoen, zullen deze ter toetsing aan de regionale plaatsingsadviescommissie (art. 4.1 e.v.) worden voorgelegd. Aldus is het mogelijk dat herplaatsing van het personeelslid om de bovengenoemde drie redenen bij de nieuwe beheerder op de over te dragen weg of brug niet gerealiseerd wordt.
In het onder c. genoemde geval is er sprake van een nieuwe functie voor het betreffende personeelslid bij de oude beheerder.
In de gevallen a. en b. is er nog geen nieuwe functie voor het personeelslid en is het de taak van de regionale plaatsingsadviescommissie om ook de overige functies, die ten gevolge van de herziening van het wegenbeheer volgens de beheerders ontstaan, te inventariseren.
Na een afstemming van vraag en aanbod via deze regeling, wordt alsnog getracht het personeelslid een passende functie aan te bieden.
Alle betrokken wegbeheerders hebben hierbij een gezamenlijke inspanningsverplichting om gedwongen ontslagen te voorkomen.
Zij doen alles dat in hun vermogen ligt om het personeelslid een passende functie te bieden, zulks overeenkomstig de lijn zoals in het bovenstaande is weergegeven. Wanneer op de datum van de overdrachten dan alsnog een herplaatsingsmogelijkheid ontbreekt, zal de regionale plaatsingsadviescommissie nog tot een jaar nadien zoeken naar een passende functie in het gezagsbereik van de betrokken diensten.
Overigens is het bij een dergelijke overplaatsing, zowel als bij alle in het voorafgaande genoemde overplaatsingen, dat de nieuwe beheerder verantwoordelijk is voor wijziging of aanpassing van de functie die over komt, of geheel nieuw ontstaat.
Bij vermeend in gebreke blijven kan door het personeelslid een bezwaar worden ingediend bij de bezwarencommissie (art. 4.35 e.v.).
Overige uitgangspunten zijn:
kosten van overgang (opleidingen, reis- en verplaatsingskosten volgens regelingen van de nieuwe beheerder, garantietoeslag) zijn voor rekening van de nieuwe beheerder;
kosten van wachtgeld en dergelijke zijn voor rekening van de oude beheerder;
personele middelen, die verband houden met de over te dragen wegen, gaan over via algemene verdeelsleutels van gemeentefonds en provinciefonds, er is géén directe koppeling tussen de overgang van mensen en middelen.
3.1
De belangen van de dienst en het personeelslid zijn nevengeschikt, hetgeen betekent dat zij elkaar over en weer begrenzingen opleggen.
Sociale, financiële en organisatorische aspecten van de herverdeling van het wegenbeheer worden daarom bij het voorbereiden en verwezenlijken hiervan vanaf het begin in gelijke mate in beschouwing genomen.
3.2
De doelstelling van het rond de herverdeling te voeren personeelsbeleid is ingrijpende gevolgen voor het personeelslid als uitvloeisel van de herverdeling te voorkomen.
3.3
Gestreefd wordt naar overeenstemming met de betrokken overlegkaders bij de diverse diensten.
3.4
Gezien de betrokkenheid van meerdere diensten wordt tevens een gemeenschappelijk georganiseerd overleg in het leven geroepen. Taakstelling en afbakening met bestaande overlegvormen worden in overleg met de Centrales van Overheidspersoneel nader bepaald.
Tevens hebben vertegenwoordigers van de Centrales van Overheidspersoneel zitting in de plaatsingsadviescommissies en de bezwarencommissie.
3.5
De plaatsing wordt zorgvuldig voorbereid en verwezenlijkt, met inachtneming van hetgeen in deze regeling is bepaald.
3.6
Het personeelslid wordt door de eigen dienst regelmatig in kennis gesteld van de wijze en de voortgang van de voorbereiding van de herverdeling, de stand van zaken in de besluitvorming en de wijze waarop de herverdeling zal worden verwezenlijkt.
3.7
Beslissingen ten aanzien van het individuele personeelslid worden niet eerder genomen dan nadat het betrokken personeelslid indien hij dat wenst is gehoord en hij zijn wensen, belangstelling en alles wat hij van belang acht kenbaar heeft kunnen maken.
3.8
Bij het nemen van beslissingen ten aanzien van het individuele personeelslid wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met zijn wensen, persoonlijkheid, omstandigheden alsmede de voor hem bestaande vooruitzichten.