BWBR0005686
Geldig vanaf 1998-05-18
Artikel 13
Besluit beheer sociale-huursector
1. Onverminderd <a href="/wet/BWBR0005181/artikel/70c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 70c, eerste lid, van de Woningwet</a>geeft de toegelaten instelling bij het verhuren van woningen met een rekenhuur als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0008659/artikel/5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag</a>, die gelijk is aan of lager is dan de aftoppingsgrens, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0008659/artikel/20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 20, tweede lid, van die wet</a>, zo veel mogelijk voorrang aan woningzoekenden die een zodanig de gezamenlijke toetsingsinkomens, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0018472/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen</a>, die in aanmerking worden genomen voor het bepalen van de draagkracht, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0018472/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7 van die wet</a>genieten, dat zij een beroep kunnen doen op een huurtoeslag in de zin van <a href="/wet/BWBR0008659/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, onderdeel e, van de Wet op de huurtoeslag</a>.
2. De toegelaten instelling bouwt of verwerft woningen op een zodanige wijze, dat aan woningzoekenden als bedoeld in het eerste lid zo veel mogelijk een woning als bedoeld in dat lid kan worden verhuurd.
3. De toegelaten instelling kan, onverminderd het tweede lid, het meest recente inkomen van de woningzoekende, en de actuele vraag naar en het actuele aanbod ter plaatse van woongelegenheden, betrekken bij het verhuren van haar woningen.
2. De toegelaten instelling bouwt of verwerft woningen op een zodanige wijze, dat aan woningzoekenden als bedoeld in het eerste lid zo veel mogelijk een woning als bedoeld in dat lid kan worden verhuurd.
3. De toegelaten instelling kan, onverminderd het tweede lid, het meest recente inkomen van de woningzoekende, en de actuele vraag naar en het actuele aanbod ter plaatse van woongelegenheden, betrekken bij het verhuren van haar woningen.