BWBR0005631
Geldig vanaf 1992-10-09
Artikel III
Wijzigingsbesluit van bezoldigingsbedragen in bezoldigingswetten in verband met een wijziging in bezoldiging van het burgerlijk rijkspersoneel per 1 april 1990, enz.
1. Voor zover artikel IIaanleiding geeft tot het wijzigen van de bedragen van toelagen, toegekend met toepassing van artikel 19 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948 ( Stb.J 261), die ingevolge het bepaalde in artikel 13 van de Overgangsregeling Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984( Stb.1983, 572) nog worden gehandhaafd, geschiedt zulks door Onze Minister, hoofd van het daarbij betrokken departement van algemeen bestuur, met inachtneming van de daarvoor door Onze Minister van Binnenlandse Zaken te geven richtlijnen.
2. Voor zover artikel IIaanleiding geeft tot het wijzigen van bijzondere regelingen, getroffen met toepassing van artikel 26 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, geschiedt dit bij gemeenschappelijke beschikking van Onze Minister, hoofd van het daarbij betrokken departement van algemeen bestuur, en van Onze Minister van Binnenlandse Zaken.
2. Voor zover artikel IIaanleiding geeft tot het wijzigen van bijzondere regelingen, getroffen met toepassing van artikel 26 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, geschiedt dit bij gemeenschappelijke beschikking van Onze Minister, hoofd van het daarbij betrokken departement van algemeen bestuur, en van Onze Minister van Binnenlandse Zaken.