BWBR0005518
Geldig vanaf 1992-07-01
Artikel 5
Examenreglement brandmeester
1. Overeenkomstig het gestelde in artikel 9, vijfde lid, van het Algemeen brandweerexamenreglement 1994, wordt het diploma brandmeester afgegeven, indien de kandidaat in het bezit is van certificaten of vrijstellingen van de verplichte modulen, bedoeld in artikel 2en één of meer keuze-modulen, waarbij de keuze-modulen te zamen ten minste tweeëntwintig studiepunten vertegenwoordigen, en van:
a. het diploma onderbrandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement onderbrandmeester, of een daaraan gelijkwaardig diploma, of
b. de certificaten of vrijstellingen van de modulen 1º repressie, levensreddende handelingen en persoonlijke bescherming, bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met c, van het Examenreglement brandwacht.
2º verbranding en blussing, gevaarlijke stoffen, repressie, sociale vaardigheden en materieel. bedoeld in artikel 2, onderdelen a, c tot en met f, van het Examenreglement onderbrandmeester.
1º repressie, levensreddende handelingen en persoonlijke bescherming, bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met c, van het Examenreglement brandwacht.
2º verbranding en blussing, gevaarlijke stoffen, repressie, sociale vaardigheden en materieel. bedoeld in artikel 2, onderdelen a, c tot en met f, van het Examenreglement onderbrandmeester.
2). Het certificaat van of de vrijstelling voor de keuze-module repressie keuze, bedoeld in artikel 2, onderdeel g, kan alleen voor het diploma brandmeester meetellen als het certificaat van of de vrijstelling voor de keuze-module repressie keuze, bedoeld in artikel 2, onderdeel j, van het Examenreglement onderbrandmeester, niet heeft meegeteld of zal meetellen voor de verkrijging van het diploma onderbrandmeester.
3. Het certificaat van of de vrijstelling voor de keuze-module preventie, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, kan alleen voor het diploma brandmeester meetellen als het certificaat van of de vrijstelling voor de keuze-module preventie, bedoeld in artikel 2, onderdeel e, van het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993, niet heeft meegeteld of zal meetellen voor de verkrijging van het diploma adjunct-hoofdbrandmeester.
4. Het derde lid geldt niet voor kandidaten die:
a. op 1 augustus 1997 reeds in het bezit waren van het certificaat van of de vrijstelling voor de keuze-module preventie, bedoeld in artikel 2, onderdeel e, van het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993, of dit certificaat of deze vrijstelling al hadden laten meetellen voor het diploma adjunct-hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 13 van het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993;
b. vóór 1 augustus 1998 hebben deelgenomen aan een deelexamen van de keuze-module preventie, bedoeld in artikel 2, onderdeel c; en
c. vóór 1 augustus 2002 hun diploma brandmeester behalen.
a. het diploma onderbrandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement onderbrandmeester, of een daaraan gelijkwaardig diploma, of
b. de certificaten of vrijstellingen van de modulen 1º repressie, levensreddende handelingen en persoonlijke bescherming, bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met c, van het Examenreglement brandwacht.
2º verbranding en blussing, gevaarlijke stoffen, repressie, sociale vaardigheden en materieel. bedoeld in artikel 2, onderdelen a, c tot en met f, van het Examenreglement onderbrandmeester.
1º repressie, levensreddende handelingen en persoonlijke bescherming, bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met c, van het Examenreglement brandwacht.
2º verbranding en blussing, gevaarlijke stoffen, repressie, sociale vaardigheden en materieel. bedoeld in artikel 2, onderdelen a, c tot en met f, van het Examenreglement onderbrandmeester.
2). Het certificaat van of de vrijstelling voor de keuze-module repressie keuze, bedoeld in artikel 2, onderdeel g, kan alleen voor het diploma brandmeester meetellen als het certificaat van of de vrijstelling voor de keuze-module repressie keuze, bedoeld in artikel 2, onderdeel j, van het Examenreglement onderbrandmeester, niet heeft meegeteld of zal meetellen voor de verkrijging van het diploma onderbrandmeester.
3. Het certificaat van of de vrijstelling voor de keuze-module preventie, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, kan alleen voor het diploma brandmeester meetellen als het certificaat van of de vrijstelling voor de keuze-module preventie, bedoeld in artikel 2, onderdeel e, van het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993, niet heeft meegeteld of zal meetellen voor de verkrijging van het diploma adjunct-hoofdbrandmeester.
4. Het derde lid geldt niet voor kandidaten die:
a. op 1 augustus 1997 reeds in het bezit waren van het certificaat van of de vrijstelling voor de keuze-module preventie, bedoeld in artikel 2, onderdeel e, van het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993, of dit certificaat of deze vrijstelling al hadden laten meetellen voor het diploma adjunct-hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 13 van het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993;
b. vóór 1 augustus 1998 hebben deelgenomen aan een deelexamen van de keuze-module preventie, bedoeld in artikel 2, onderdeel c; en
c. vóór 1 augustus 2002 hun diploma brandmeester behalen.