BWBR0005509
Geldig vanaf 2004-03-29
Artikel 6
Regeling Rijnvaartverklaring en bewijs van toelating
1. Bij vervoer van goederen en personen met een binnenschip tussen twee punten gelegen aan de wateren, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Herziene Rijnvaartakte, bevindt de Rijnvaartverklaring, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet vervoer binnenvaart, of het gewaarmerkte afschrift, bedoeld in artikel 1, tweede lid, zich aan boord van het binnenschip, waarvoor het is afgegeven.
2. In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen draagt degene, die het vervoer van goederen en personen met een binnenschip verricht, er zorg voor dat:
a. de Rijnvaartverklaring, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet vervoer binnenvaart;
b. het gewaarmerkte afschrift, bedoeld in artikel 1, tweede lid;
c. het bewijs van toelating, bedoeld in artikel 5; of
d. het geëigende document, bedoeld in artikel 4,
op een van de volgende wijzen kan worden gecontroleerd:
1º. aan boord van het binnenschip, waarvoor de Rijnvaartverklaring, het gewaarmerkte afschrift, het bewijs van toelating of het geëigende document is afgegeven;
2º. ten kantore van de eigenaar of de exploitant van dat binnenschip;
3º. aan de hand van de gegevens van de registratie, bedoeld in artikel 53 van de Wet vervoer binnenvaart met betrekking tot dat binnenschip; of
4º. aan de hand van de gegevens van de bevoegde autoriteit, die het bewijs van toelating of het geëigende document heeft verstrekt.
2. In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen draagt degene, die het vervoer van goederen en personen met een binnenschip verricht, er zorg voor dat:
a. de Rijnvaartverklaring, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet vervoer binnenvaart;
b. het gewaarmerkte afschrift, bedoeld in artikel 1, tweede lid;
c. het bewijs van toelating, bedoeld in artikel 5; of
d. het geëigende document, bedoeld in artikel 4,
op een van de volgende wijzen kan worden gecontroleerd:
1º. aan boord van het binnenschip, waarvoor de Rijnvaartverklaring, het gewaarmerkte afschrift, het bewijs van toelating of het geëigende document is afgegeven;
2º. ten kantore van de eigenaar of de exploitant van dat binnenschip;
3º. aan de hand van de gegevens van de registratie, bedoeld in artikel 53 van de Wet vervoer binnenvaart met betrekking tot dat binnenschip; of
4º. aan de hand van de gegevens van de bevoegde autoriteit, die het bewijs van toelating of het geëigende document heeft verstrekt.