BWBR0005418
Geldig vanaf 1992-02-19
Artikel IV
Wijzigingsregeling Beschikking superheffing 1988, enz.
1. Voor de overeenkomsten die vóór 22 januari 1992 tot stand zijn gekomen en waarbij naar het oordeel van de minister definitieve verplichtingen met betrekking tot de overdracht van een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid zijn aangegaan voor de heffingsperiode 1992/1993, blijft de tot de genoemde datum geldende Beschikking superheffing 1988 van toepassing, voor zover deze overeenkomsten bij de DBH worden aangemeld vóór het einde van de heffingsperiode 1991/1992.
2. Bij de overeenkomsten, waarbij naar het oordeel van de Minister definitieve verplichtingen met betrekking tot de overdracht van een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid zijn aangegaan in de periode van 6 december 1991 tot de inwerkingtreding van deze beschikking voor de heffingsperiode 1992/1993 en waarbij conform artikel 7, tweede lid, van Verordening (EEG) nr. 1546/88(PB EG L 139) is uitgegaan van de overgang van een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid naar evenredigheid, gaat een zodanige hoeveelheid over, op basis van de respectieve voor de melkveehouderij gebruikte oppervlakte, voorzover deze overeenkomsten bij de DBH worden aangemeld vóór het einde van de heffingsperiode 1991/1992.
3. Voor alle overeenkomsten die tot stand zijn gekomen vóór 22 januari 1992 en waarbij naar het oordeel van de Minister definitieve verplichtingen zijn aangegaan met betrekking tot teruglevering van een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid bij het eindigen, beëindigen of ontbinden van de pacht, blijft de tot de genoemde datum geldende Beschikking superheffing 1988 van toepassing voor zover de overeenkomsten zijn opgenomen in de een door de grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst dan wel in een notariële akte en deze worden aangemeld bij de DBH vóór het einde van de heffingsperiode 1991/1992.
2. Bij de overeenkomsten, waarbij naar het oordeel van de Minister definitieve verplichtingen met betrekking tot de overdracht van een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid zijn aangegaan in de periode van 6 december 1991 tot de inwerkingtreding van deze beschikking voor de heffingsperiode 1992/1993 en waarbij conform artikel 7, tweede lid, van Verordening (EEG) nr. 1546/88(PB EG L 139) is uitgegaan van de overgang van een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid naar evenredigheid, gaat een zodanige hoeveelheid over, op basis van de respectieve voor de melkveehouderij gebruikte oppervlakte, voorzover deze overeenkomsten bij de DBH worden aangemeld vóór het einde van de heffingsperiode 1991/1992.
3. Voor alle overeenkomsten die tot stand zijn gekomen vóór 22 januari 1992 en waarbij naar het oordeel van de Minister definitieve verplichtingen zijn aangegaan met betrekking tot teruglevering van een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid bij het eindigen, beëindigen of ontbinden van de pacht, blijft de tot de genoemde datum geldende Beschikking superheffing 1988 van toepassing voor zover de overeenkomsten zijn opgenomen in de een door de grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst dan wel in een notariële akte en deze worden aangemeld bij de DBH vóór het einde van de heffingsperiode 1991/1992.