BWBR0005413
Geldig vanaf 1992-03-14
Artikel 4
Warenwetbesluit Aroma's
1. Aroma's moeten voldoen aan de volgende algemene zuiverheidseisen:
a. het gehalte aan arsenicum mag ten hoogste 3 mg per kg bedragen;
b. het gehalte aan lood mag ten hoogste 10 mg per kg bedragen;
c. het gehalte aan cadmium, onderscheidenlijk kwik mag ten hoogste 1 mg per kg bedragen.
2. Het gebruik van aroma's mag niet leiden tot een gehalte aan 3,4-Benzopyreen in voor consumptie gereed zijnde eet- en drinkwaren dat groter is dan 0,03 microgram per kilogram.
3. Het gebruik van aroma's en andere ingrediënten van eet- of drinkwaren met aromatiserende eigenschappen mag niet leiden tot een gehalte aan een of meer van onderstaande stoffen in eet- en drinkwaren in een hoeveelheid die de door Onze Minister voor de desbetreffende stof, en in voorkomend geval voor de desbetreffende eet- of drinkwaar, vastgestelde hoeveelheid overschrijdt: agaricinezuur, aloïne, beta-asaron, berberine, cumarine, cyaanwaterstofzuur, hypericine, pulegon, quassine, safrol en isosafrol, santonine, thujon (alfa en beta).
4. De in het derde lid genoemde stoffen mogen niet als zodanig in eet- en drinkwaren of aan aroma's worden of zijn toegevoegd. Zij mogen slechts in de desbetreffende eet- of drinkwaar aanwezig zijn voor zover zij daarin van nature voorkomen, dan wel voor zover zij afkomstig zijn van toegevoegde aroma's, die uitsluitend zijn verkregen uit produkten van plantaardige of dierlijke oorsprong.
5. De in het derde lid bedoelde hoeveelheden worden vastgesteld ter uitvoering van in of krachtens de richtlijn getroffen maatregelen ter zake.
a. het gehalte aan arsenicum mag ten hoogste 3 mg per kg bedragen;
b. het gehalte aan lood mag ten hoogste 10 mg per kg bedragen;
c. het gehalte aan cadmium, onderscheidenlijk kwik mag ten hoogste 1 mg per kg bedragen.
2. Het gebruik van aroma's mag niet leiden tot een gehalte aan 3,4-Benzopyreen in voor consumptie gereed zijnde eet- en drinkwaren dat groter is dan 0,03 microgram per kilogram.
3. Het gebruik van aroma's en andere ingrediënten van eet- of drinkwaren met aromatiserende eigenschappen mag niet leiden tot een gehalte aan een of meer van onderstaande stoffen in eet- en drinkwaren in een hoeveelheid die de door Onze Minister voor de desbetreffende stof, en in voorkomend geval voor de desbetreffende eet- of drinkwaar, vastgestelde hoeveelheid overschrijdt: agaricinezuur, aloïne, beta-asaron, berberine, cumarine, cyaanwaterstofzuur, hypericine, pulegon, quassine, safrol en isosafrol, santonine, thujon (alfa en beta).
4. De in het derde lid genoemde stoffen mogen niet als zodanig in eet- en drinkwaren of aan aroma's worden of zijn toegevoegd. Zij mogen slechts in de desbetreffende eet- of drinkwaar aanwezig zijn voor zover zij daarin van nature voorkomen, dan wel voor zover zij afkomstig zijn van toegevoegde aroma's, die uitsluitend zijn verkregen uit produkten van plantaardige of dierlijke oorsprong.
5. De in het derde lid bedoelde hoeveelheden worden vastgesteld ter uitvoering van in of krachtens de richtlijn getroffen maatregelen ter zake.