BWBR0005402
Geldig vanaf 1992-04-01
Artikel 6
Besluit bijdragen waterstaatswerken
1. De bijdrage wordt jaarlijks door Onze Minister aangepast overeenkomstig het gestelde in het tweede en derde lid.
2. De in het eerste lid genoemde jaarlijkse aanpassing vindt plaats door vermenigvuldiging van de bijdrage met:
3. In de in het tweede lid genoemde formules stellen voor:
a: coëfficient, ter correctie van de stijging van het nominale loonniveau;
C: het door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde indexcijfer van regelingslonen van volwassen werknemers (lonen per week en per maand voor alle werknemerscategorieën, inclusief spaarloon, vakantietoeslag en andere uitkeringen), in de maand voorafgaande aan de maand waarin het in artikel 1, onderdeel d, bedoelde koninklijk besluit van kracht wordt;
U: het indexcijfer voor de maand dat als prijsbasis heeft gediend voor de vaststelling van de bijdrage.
4. De coëfficient a heeft voor het onderhoudskostenbestanddeel de waarde 0,7 en wordt iedere vijf jaar door Onze Minister opnieuw vastgesteld. Aan de hand van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde indexcijfers van regelingslonen voor de overheidssector wordt door Onze Minister de waarde van de coëfficient a voor het personeelskostenbestanddeel ieder jaar opnieuw vastgesteld.
2. De in het eerste lid genoemde jaarlijkse aanpassing vindt plaats door vermenigvuldiging van de bijdrage met:
3. In de in het tweede lid genoemde formules stellen voor:
a: coëfficient, ter correctie van de stijging van het nominale loonniveau;
C: het door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde indexcijfer van regelingslonen van volwassen werknemers (lonen per week en per maand voor alle werknemerscategorieën, inclusief spaarloon, vakantietoeslag en andere uitkeringen), in de maand voorafgaande aan de maand waarin het in artikel 1, onderdeel d, bedoelde koninklijk besluit van kracht wordt;
U: het indexcijfer voor de maand dat als prijsbasis heeft gediend voor de vaststelling van de bijdrage.
4. De coëfficient a heeft voor het onderhoudskostenbestanddeel de waarde 0,7 en wordt iedere vijf jaar door Onze Minister opnieuw vastgesteld. Aan de hand van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde indexcijfers van regelingslonen voor de overheidssector wordt door Onze Minister de waarde van de coëfficient a voor het personeelskostenbestanddeel ieder jaar opnieuw vastgesteld.