BWBR0005400
Geldig vanaf 1992-02-01
Artikel II
Wijzigingsbesluit Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 (1)
1. De in artikel Ibedoelde ambtenaar die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit op zijn bijzondere spaarrekening in de zin van artikel 4 van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 een op zijn bezoldiging ingehouden bedrag had uitstaan komt in aanmerking voor de toekenning van een spaarpremie over dat bedrag met overeenkomstige toepassing van die regeling.
2. De in artikel Ibedoelde ambtenaar die voor de inwerkingtreding van dit besluit betalingen heeft verricht in de zin van artikel 5 van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 komt in aanmerking voor de toekenning van een premie met overeenkomstige toepassing van die regeling, met dien verstande dat voor de over de maand januari 1992 in de zin van artikel 5 van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 verrichte betalingen vóór 1 oktober 1993 een verzoek in de zin van artikel 12, tweede lid, van die regeling moet zijn ingediend.
2. De in artikel Ibedoelde ambtenaar die voor de inwerkingtreding van dit besluit betalingen heeft verricht in de zin van artikel 5 van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 komt in aanmerking voor de toekenning van een premie met overeenkomstige toepassing van die regeling, met dien verstande dat voor de over de maand januari 1992 in de zin van artikel 5 van de Premiespaarregeling Rijksambtenaren 1968 verrichte betalingen vóór 1 oktober 1993 een verzoek in de zin van artikel 12, tweede lid, van die regeling moet zijn ingediend.