BWBR0005374
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 3
Asbestbesluit milieubeheer
1. Degene die de inrichting drijft, moet bij het gebruik van asbest de best bestaande technieken toepassen om de uitworp van asbest in de lucht te voorkomen of te verminderen, tenzij deze technieken overmatig hoge kosten veroorzaken. De concentratie aan asbest dat bij het gebruik van asbest via lozingskanalen in de lucht wordt gebracht, mag in elk geval niet meer bedragen dan 0,1 mg asbest per m 3afvalgas of ventilatielucht.
2. Ten aanzien van een inrichting die reeds is opgericht voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, mag, indien ten behoeve van die inrichting een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheeris verleend, de concentratie aan asbest dat bij het gebruik van asbest via lozingskanalen in de lucht wordt gebracht, in elk geval niet meer bedragen dan in die vergunning is vastgelegd.
3. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen, waarbij
a. de techniek wordt aangewezen, die met betrekking tot de betrokken inrichting geldt als de best bestaande techniek die geen overmatig hoge kosten veroorzaakt, dan wel
b. de concentratie aan asbest, die - onverminderd het eerste lid - bij toepassing van de in het eerste lid bedoelde technieken voor de betrokken inrichting ten hoogste mag worden bereikt, wordt vastgesteld.
4. Degene tot wie een nadere eis wordt gericht, is verplicht daaraan te voldoen.
2. Ten aanzien van een inrichting die reeds is opgericht voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, mag, indien ten behoeve van die inrichting een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheeris verleend, de concentratie aan asbest dat bij het gebruik van asbest via lozingskanalen in de lucht wordt gebracht, in elk geval niet meer bedragen dan in die vergunning is vastgelegd.
3. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen, waarbij
a. de techniek wordt aangewezen, die met betrekking tot de betrokken inrichting geldt als de best bestaande techniek die geen overmatig hoge kosten veroorzaakt, dan wel
b. de concentratie aan asbest, die - onverminderd het eerste lid - bij toepassing van de in het eerste lid bedoelde technieken voor de betrokken inrichting ten hoogste mag worden bereikt, wordt vastgesteld.
4. Degene tot wie een nadere eis wordt gericht, is verplicht daaraan te voldoen.