BWBR0005368
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel VIII
Wijzigingsbesluit Besluit douane en accijnzen (2) (tijdelijke opslag, entrepots en de invoering van de Wet op de accijns)
1. Op grond van artikel 1 van het Besluit administratieve controle minerale oliën ( Stb.1967, 551) verleende vergunningen ingevolge welke:
a. fabrikanten van minerale oliën minerale oliën in hun fabriek mogen inslaan en uit die fabriek mogen uitslaan zonder voorafgaande opslag in fictief accijnsentrepot; en
b. handelaren in minerale oliën een fictief accijnsentrepot voor minerale oliën kunnen vestigen of overnemen, waaruit uitslag van goederen mag geschieden zonder dat vooraf de ingevolge het Besluit douane en accijnzen vereiste goederenaangiften zijn gedaan,
worden tot wederopzegging aangemerkt als krachtens Hoofdstuk III van de Wet op de accijnsverleende vergunningen voor een accijnsgoederenplaats, alsmede als vergunningen voor een entrepot van het type E als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Verordening (EEG) nr. 2561/90van 30 juli 1990 ( PbEGL 246) waarop artikel 39 van het Uitvoeringsbesluit accijnsvan toepassing is.
2. Op grond van artikel 90 van het Besluit douane en accijnzen, zoals dat luidt op 31 december 1991, en artikel 15 van het Besluit administratieve controle minerale oliën gestelde zekerheden inzake de vervaardiging en de opslag van minerale oliën worden aangemerkt als op grond van de Wet op de accijnsgestelde zekerheden.
3. De inspecteur onderzoekt vóór 1 januari 1993 of diegenen van wie de in het eerste lid bedoelde vergunningen ingevolge dat lid worden aangemerkt als een vergunning voor een accijnsgoederenplaats en als een vergunning voor een entrepot van het type E als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Verordening (EEG) nr. 2561/90van 30 juli 1990 ( PbEGL 246) waarop artikel 39 van het Uitvoeringsbesluit accijnsvan toepassing is, voldoen aan de bij of krachtens de Wet op de accijnsen de Verordening (EEG) nr. 2561/90van 30 juli 1990 ( PbEGL 246) gestelde voorwaarden voor de afgifte van laatstbedoelde vergunningen.
a. fabrikanten van minerale oliën minerale oliën in hun fabriek mogen inslaan en uit die fabriek mogen uitslaan zonder voorafgaande opslag in fictief accijnsentrepot; en
b. handelaren in minerale oliën een fictief accijnsentrepot voor minerale oliën kunnen vestigen of overnemen, waaruit uitslag van goederen mag geschieden zonder dat vooraf de ingevolge het Besluit douane en accijnzen vereiste goederenaangiften zijn gedaan,
worden tot wederopzegging aangemerkt als krachtens Hoofdstuk III van de Wet op de accijnsverleende vergunningen voor een accijnsgoederenplaats, alsmede als vergunningen voor een entrepot van het type E als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Verordening (EEG) nr. 2561/90van 30 juli 1990 ( PbEGL 246) waarop artikel 39 van het Uitvoeringsbesluit accijnsvan toepassing is.
2. Op grond van artikel 90 van het Besluit douane en accijnzen, zoals dat luidt op 31 december 1991, en artikel 15 van het Besluit administratieve controle minerale oliën gestelde zekerheden inzake de vervaardiging en de opslag van minerale oliën worden aangemerkt als op grond van de Wet op de accijnsgestelde zekerheden.
3. De inspecteur onderzoekt vóór 1 januari 1993 of diegenen van wie de in het eerste lid bedoelde vergunningen ingevolge dat lid worden aangemerkt als een vergunning voor een accijnsgoederenplaats en als een vergunning voor een entrepot van het type E als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Verordening (EEG) nr. 2561/90van 30 juli 1990 ( PbEGL 246) waarop artikel 39 van het Uitvoeringsbesluit accijnsvan toepassing is, voldoen aan de bij of krachtens de Wet op de accijnsen de Verordening (EEG) nr. 2561/90van 30 juli 1990 ( PbEGL 246) gestelde voorwaarden voor de afgifte van laatstbedoelde vergunningen.