BWBR0005359
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 6
Overgangsregeling accijns van bier 1992
1. Het aantal hectolitergraden wort, gebezigd voor de bereiding van bier dat vanuit de accijnsgoederenplaats wordt afgeleverd met vrijstelling, wordt uitgevoerd of wordt overgebracht naar een entrepot, alsmede van bier dat is verloren gegaan, onder ambtelijk toezicht is vernietigd of door de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waar het is vervaardigd, is teruggenomen, wordt afgeleid uit de hoeveelheid bier en de dichtheid bij 17,5°C van twee vloeistoffen, waarvan de ene in het gehalte aan opgeloste vaste stoffen, de andere in alcoholgehalte met het te onderzoeken bier gelijk staat.
2. Deze vloeistoffen worden verkregen door het te onderzoeken bier herhaaldelijk over te schenken teneinde het te ontdoen van aanwezig koolzuur, vervolgens een bepaalde afgemeten hoeveelheid van deze vloeistof te destilleren en daarna zowel het destillaat als het residu met water aan te vullen tot het oorspronkelijk volume van de voor destillatie gebruikte hoeveelheid vloeistof.
3. Van deze vloeistoffen worden vervolgens de dichtheden bij 17,5°C tot op 0,00002 g/ml nauwkeurig bepaald.
4. De in de bijlagebij deze regeling opgenomen tabel wijst voor elke bevonden dichtheid van het destillaat het getal aan, waarmee de bevonden dichtheid van het residu moet worden vermeerderd om de dichtheid bij 17,5°C te verkrijgen van het wort, gebruikt voor de bereiding van het onderzochte bier.
5. Het getal, aanwijzende het verschil tussen laatstgenoemde dichtheid en die van zuiver water bij dezelfde temperatuur, uitgedrukt in graden en tienden van graden als bedoeld in artikel XVIII van de invoeringswet, levert na vermenigvuldiging met 100/ 95van het getal aanwijzende de in hectoliters en honderdsten van hectoliters uitgedrukte hoeveelheid van het bier waarvan het onderzochte monster afkomstig is, een produkt op, dat, na verwaarlozing van onderdelen van eenheden, het in het eerste lid bedoelde aantal hectolitergraden aanwijst.
6. De in het vijfde lid bedoelde vermenigvuldigingsfactor wordt vervangen door 100/ 90indien het bier op fles betreft.
2. Deze vloeistoffen worden verkregen door het te onderzoeken bier herhaaldelijk over te schenken teneinde het te ontdoen van aanwezig koolzuur, vervolgens een bepaalde afgemeten hoeveelheid van deze vloeistof te destilleren en daarna zowel het destillaat als het residu met water aan te vullen tot het oorspronkelijk volume van de voor destillatie gebruikte hoeveelheid vloeistof.
3. Van deze vloeistoffen worden vervolgens de dichtheden bij 17,5°C tot op 0,00002 g/ml nauwkeurig bepaald.
4. De in de bijlagebij deze regeling opgenomen tabel wijst voor elke bevonden dichtheid van het destillaat het getal aan, waarmee de bevonden dichtheid van het residu moet worden vermeerderd om de dichtheid bij 17,5°C te verkrijgen van het wort, gebruikt voor de bereiding van het onderzochte bier.
5. Het getal, aanwijzende het verschil tussen laatstgenoemde dichtheid en die van zuiver water bij dezelfde temperatuur, uitgedrukt in graden en tienden van graden als bedoeld in artikel XVIII van de invoeringswet, levert na vermenigvuldiging met 100/ 95van het getal aanwijzende de in hectoliters en honderdsten van hectoliters uitgedrukte hoeveelheid van het bier waarvan het onderzochte monster afkomstig is, een produkt op, dat, na verwaarlozing van onderdelen van eenheden, het in het eerste lid bedoelde aantal hectolitergraden aanwijst.
6. De in het vijfde lid bedoelde vermenigvuldigingsfactor wordt vervangen door 100/ 90indien het bier op fles betreft.