BWBR0005344
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel II
Wet tot intrekking van de Jeugdspaarwet
De premiëring van jeugd-spaarovereenkomsten, gesloten met inachtneming van de Jeugdspaarwet vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, wordt beheerst door de Jeugdspaarwet, zoals deze luidde vóór dat tijdstip, met dien verstande dat artikel 14, derde lid, derde volzin, buiten toepassing blijft en dat aan het eerste lid van artikel 6 de volgende zin wordt toegevoegd: Mede als gehuwde wordt aangemerkt de niet gehuwde deelnemer die met een persoon van verschillend of gelijk geslacht duurzaam een gezamenlijk huishouding voert, tenzij het betreft personen tussen wie bloedverwantschap in de eerste of tweede graad bestaat.