BWBR0005335
Geldig vanaf 1998-02-25
Artikel 8
Inschrijvingsbesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering 1992
1. De inschrijving, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, geldt zolang de zorgverzekering van de verzekerde, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswetvoortduurt.
2. De inschrijving, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, geldt één kalenderjaar. Indien een inschrijving anders dan per 1 januari tot stand is gekomen, geldt de inschrijving tot en met 31 december van het volgende kalenderjaar.
3. De inschrijving, bedoeld in het tweede lid, wordt na verloop van de in dat lid bedoelde termijn, alsmede telkens na verloop van de overeenkomstig dit lid verlengde termijn, verlengd met één kalenderjaar, tenzij de verzekerde vóór de dag waarop die termijn is verstreken, schriftelijk heeft meegedeeld na afloop van die termijn de inschrijving niet te willen verlengen.
4. De zorgverzekeraar kan schriftelijk een termijn vaststellen die de verzekerde in acht moet nemen bij het doen van een mededeling als bedoeld in het derde lid. Deze termijn bedraagt ten hoogste twee maanden.
5. In afwijking van het tweede en derde lid beëindigt een zorgverzekeraar de inschrijving van een verzekerde met ingang van de dag waarop artikel 9, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekostenten aanzien van de verzekerde toepassing heeft gevonden of bij of krachtens de wet inschrijving bij die zorgverzekeraar niet of niet langer is toegestaan.
2. De inschrijving, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, geldt één kalenderjaar. Indien een inschrijving anders dan per 1 januari tot stand is gekomen, geldt de inschrijving tot en met 31 december van het volgende kalenderjaar.
3. De inschrijving, bedoeld in het tweede lid, wordt na verloop van de in dat lid bedoelde termijn, alsmede telkens na verloop van de overeenkomstig dit lid verlengde termijn, verlengd met één kalenderjaar, tenzij de verzekerde vóór de dag waarop die termijn is verstreken, schriftelijk heeft meegedeeld na afloop van die termijn de inschrijving niet te willen verlengen.
4. De zorgverzekeraar kan schriftelijk een termijn vaststellen die de verzekerde in acht moet nemen bij het doen van een mededeling als bedoeld in het derde lid. Deze termijn bedraagt ten hoogste twee maanden.
5. In afwijking van het tweede en derde lid beëindigt een zorgverzekeraar de inschrijving van een verzekerde met ingang van de dag waarop artikel 9, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekostenten aanzien van de verzekerde toepassing heeft gevonden of bij of krachtens de wet inschrijving bij die zorgverzekeraar niet of niet langer is toegestaan.