BWBR0005317
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 4
Besluit Raadskamers
1. De Kamers zijn zodanig samengesteld, dat
a. daarin de verschillende categorieën oorlogsgetroffenen waarop de werkzaamheden van een Kamer betrekking hebben op een evenwichtige wijze zijn vertegenwoordigd, en
b. binnen een Kamer als geheel voldoende historische, juridische en zonodig andere specifieke kennis aanwezig is.
2. Het voorzitterschap, het lidmaatschap en het plaatsvervangend lidmaatschap van een Kamer zijn onverenigbaar met:
a. de bekleding van enigerlei functie bij een derde als bedoeld in artikel 16 van de wet;
b. de uitoefening in dienstverband van enigerlei functie bij de Raad dan wel een organisatie of instelling als bedoeld in artikel 27 van de wet;
c. het doen gelden van een recht op buitengewoon pensioen, uitkering, toeslag, vergoeding of tegemoetkoming krachtens een der wetten, genoemd in artikel 3 van de wet;
d. de uitoefening van enigerlei functie bij de Commissie Indisch Verzet dan wel de Centrale Hoofdbestuurscommissie van de Stichting 1940-1945, voor zover het betreft de Raadskamer Wetten buitengewoon pensioen.
a. daarin de verschillende categorieën oorlogsgetroffenen waarop de werkzaamheden van een Kamer betrekking hebben op een evenwichtige wijze zijn vertegenwoordigd, en
b. binnen een Kamer als geheel voldoende historische, juridische en zonodig andere specifieke kennis aanwezig is.
2. Het voorzitterschap, het lidmaatschap en het plaatsvervangend lidmaatschap van een Kamer zijn onverenigbaar met:
a. de bekleding van enigerlei functie bij een derde als bedoeld in artikel 16 van de wet;
b. de uitoefening in dienstverband van enigerlei functie bij de Raad dan wel een organisatie of instelling als bedoeld in artikel 27 van de wet;
c. het doen gelden van een recht op buitengewoon pensioen, uitkering, toeslag, vergoeding of tegemoetkoming krachtens een der wetten, genoemd in artikel 3 van de wet;
d. de uitoefening van enigerlei functie bij de Commissie Indisch Verzet dan wel de Centrale Hoofdbestuurscommissie van de Stichting 1940-1945, voor zover het betreft de Raadskamer Wetten buitengewoon pensioen.