1. De kosten van de commissie komen, voorzover goedgekeurd, voor rekening van de minister. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling aan de minister een begroting aan.
Onder de in het eerste lid bedoelde kosten worden in ieder geval verstaan:
de kosten voor vergadering en materiële ondersteuning;
een vergoeding voor door de voorzitter, leden en het adviserende lid te maken reis- en verblijfskosten; en
de kosten voor publikatie van het advies.
Het
Vacatiegeldenbesluit 1988(Stb. 1988, 205) en het Reisbesluit 1971 (Stb. 1970, 602) zijn van toepassing.