BWBR0005237
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 10
Besluit kredietaanbiedingen
1. Een prospectus moet voorts ten minste de volgende gegevens bevatten:
a. een beschrijving van de bij een kredietaanvraag te volgen procedure;
b. een globale beschrijving van de criteria die ten grondslag liggen aan de beoordeling van de kredietwaardigheid van degene, voor wie een krediet wordt aangevraagd, voorzien van ten minste twee representatieve voorbeelden van toepassing van die criteria;
c. indien de betrokken kredietgever ingevolge het voorschrift, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de wet deelneemt aan een stelsel van kredietregistratie: 1°. de vermelding van het feit dat de kredietgever aan dat stelsel deelneemt,
2°. de naam en de plaats van vestiging van de instelling die dat stelsel in stand houdt,
3°. een beschrijving van het doel en van de werkwijze van dat stelsel, waaruit in ieder geval blijkt: - in welke gevallen gegevens betreffende de kredietwaardigheid van degene, voor wie een krediet wordt aangevraagd, door de kredietgever worden opgevraagd, en
- dat gegevens met betrekking tot een verleend krediet door de kredietgever worden verstrekt aan en worden geregistreerd door de instelling die dat stelsel in stand houdt;
- in welke gevallen gegevens betreffende de kredietwaardigheid van degene, voor wie een krediet wordt aangevraagd, door de kredietgever worden opgevraagd, en
- dat gegevens met betrekking tot een verleend krediet door de kredietgever worden verstrekt aan en worden geregistreerd door de instelling die dat stelsel in stand houdt;
1°. de vermelding van het feit dat de kredietgever aan dat stelsel deelneemt,
2°. de naam en de plaats van vestiging van de instelling die dat stelsel in stand houdt,
3°. een beschrijving van het doel en van de werkwijze van dat stelsel, waaruit in ieder geval blijkt: - in welke gevallen gegevens betreffende de kredietwaardigheid van degene, voor wie een krediet wordt aangevraagd, door de kredietgever worden opgevraagd, en
- dat gegevens met betrekking tot een verleend krediet door de kredietgever worden verstrekt aan en worden geregistreerd door de instelling die dat stelsel in stand houdt;
- in welke gevallen gegevens betreffende de kredietwaardigheid van degene, voor wie een krediet wordt aangevraagd, door de kredietgever worden opgevraagd, en
- dat gegevens met betrekking tot een verleend krediet door de kredietgever worden verstrekt aan en worden geregistreerd door de instelling die dat stelsel in stand houdt;
d. zodanige aanduidingen of omschrijvingen van de aangeboden kredieten, dat daaruit blijkt of het een doorlopend dan wel een niet-doorlopend krediet betreft;
e. een beschrijving van de algemene voorwaarden, waaronder de betrokken kredietgever of leverancier bereid is deel te nemen aan krediettransacties, waaronder in ieder geval de voorwaarden inzake: 1°. ten behoeve van de kredietgever of de leverancier op zaken te vestigen zekerheidsrechten,
2°. vervroegde opeisbaarheid van het door de kredietnemer verschuldigde, en
3°. de bevoegdheid van de kredietnemer tot volledige of gedeeltelijke vervroegde aflossing;
1°. ten behoeve van de kredietgever of de leverancier op zaken te vestigen zekerheidsrechten,
2°. vervroegde opeisbaarheid van het door de kredietnemer verschuldigde, en
3°. de bevoegdheid van de kredietnemer tot volledige of gedeeltelijke vervroegde aflossing;
f. indien degene, voor wie een krediet wordt aangevraagd, zich bij de totstandkoming van een krediettransactie verplicht tot het aangaan van een andere overeenkomst: 1°. een beschrijving van het daartoe strekkende beding, en
2°. de vermelding van het feit dat de kredietnemer het recht heeft te bepalen met welke wederpartij die andere overeenkomst zal worden aangegaan;
1°. een beschrijving van het daartoe strekkende beding, en
2°. de vermelding van het feit dat de kredietnemer het recht heeft te bepalen met welke wederpartij die andere overeenkomst zal worden aangegaan;
g. een vermelding van de verplichting van de kredietgever om bij niet-inwilliging van een kredietaanvraag aan de aanvrager op diens verzoek schriftelijk opgaaf van de redenen daarvan te doen;
h. de vermelding dat de kredietnemer eerst na ingebrekestelling een vergoeding verschuldigd wordt, indien hij nalatig blijft in zijn verplichting tot betaling;
i. een toelichting op de ingevolge artikel 7 te bezigen aanduiding in de volgende bewoordingen: "De effectieve rente op jaarbasis is een prijsaanduiding voor het krediet. Hierin komen alle kosten van het krediet tot uitdrukking.".
2. Het eerste lid, aanhef en onder f, 2°, is niet van toepassing op een beding als bedoeld in artikel 33, onder b, 2°, van de wet.
a. een beschrijving van de bij een kredietaanvraag te volgen procedure;
b. een globale beschrijving van de criteria die ten grondslag liggen aan de beoordeling van de kredietwaardigheid van degene, voor wie een krediet wordt aangevraagd, voorzien van ten minste twee representatieve voorbeelden van toepassing van die criteria;
c. indien de betrokken kredietgever ingevolge het voorschrift, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de wet deelneemt aan een stelsel van kredietregistratie: 1°. de vermelding van het feit dat de kredietgever aan dat stelsel deelneemt,
2°. de naam en de plaats van vestiging van de instelling die dat stelsel in stand houdt,
3°. een beschrijving van het doel en van de werkwijze van dat stelsel, waaruit in ieder geval blijkt: - in welke gevallen gegevens betreffende de kredietwaardigheid van degene, voor wie een krediet wordt aangevraagd, door de kredietgever worden opgevraagd, en
- dat gegevens met betrekking tot een verleend krediet door de kredietgever worden verstrekt aan en worden geregistreerd door de instelling die dat stelsel in stand houdt;
- in welke gevallen gegevens betreffende de kredietwaardigheid van degene, voor wie een krediet wordt aangevraagd, door de kredietgever worden opgevraagd, en
- dat gegevens met betrekking tot een verleend krediet door de kredietgever worden verstrekt aan en worden geregistreerd door de instelling die dat stelsel in stand houdt;
1°. de vermelding van het feit dat de kredietgever aan dat stelsel deelneemt,
2°. de naam en de plaats van vestiging van de instelling die dat stelsel in stand houdt,
3°. een beschrijving van het doel en van de werkwijze van dat stelsel, waaruit in ieder geval blijkt: - in welke gevallen gegevens betreffende de kredietwaardigheid van degene, voor wie een krediet wordt aangevraagd, door de kredietgever worden opgevraagd, en
- dat gegevens met betrekking tot een verleend krediet door de kredietgever worden verstrekt aan en worden geregistreerd door de instelling die dat stelsel in stand houdt;
- in welke gevallen gegevens betreffende de kredietwaardigheid van degene, voor wie een krediet wordt aangevraagd, door de kredietgever worden opgevraagd, en
- dat gegevens met betrekking tot een verleend krediet door de kredietgever worden verstrekt aan en worden geregistreerd door de instelling die dat stelsel in stand houdt;
d. zodanige aanduidingen of omschrijvingen van de aangeboden kredieten, dat daaruit blijkt of het een doorlopend dan wel een niet-doorlopend krediet betreft;
e. een beschrijving van de algemene voorwaarden, waaronder de betrokken kredietgever of leverancier bereid is deel te nemen aan krediettransacties, waaronder in ieder geval de voorwaarden inzake: 1°. ten behoeve van de kredietgever of de leverancier op zaken te vestigen zekerheidsrechten,
2°. vervroegde opeisbaarheid van het door de kredietnemer verschuldigde, en
3°. de bevoegdheid van de kredietnemer tot volledige of gedeeltelijke vervroegde aflossing;
1°. ten behoeve van de kredietgever of de leverancier op zaken te vestigen zekerheidsrechten,
2°. vervroegde opeisbaarheid van het door de kredietnemer verschuldigde, en
3°. de bevoegdheid van de kredietnemer tot volledige of gedeeltelijke vervroegde aflossing;
f. indien degene, voor wie een krediet wordt aangevraagd, zich bij de totstandkoming van een krediettransactie verplicht tot het aangaan van een andere overeenkomst: 1°. een beschrijving van het daartoe strekkende beding, en
2°. de vermelding van het feit dat de kredietnemer het recht heeft te bepalen met welke wederpartij die andere overeenkomst zal worden aangegaan;
1°. een beschrijving van het daartoe strekkende beding, en
2°. de vermelding van het feit dat de kredietnemer het recht heeft te bepalen met welke wederpartij die andere overeenkomst zal worden aangegaan;
g. een vermelding van de verplichting van de kredietgever om bij niet-inwilliging van een kredietaanvraag aan de aanvrager op diens verzoek schriftelijk opgaaf van de redenen daarvan te doen;
h. de vermelding dat de kredietnemer eerst na ingebrekestelling een vergoeding verschuldigd wordt, indien hij nalatig blijft in zijn verplichting tot betaling;
i. een toelichting op de ingevolge artikel 7 te bezigen aanduiding in de volgende bewoordingen: "De effectieve rente op jaarbasis is een prijsaanduiding voor het krediet. Hierin komen alle kosten van het krediet tot uitdrukking.".
2. Het eerste lid, aanhef en onder f, 2°, is niet van toepassing op een beding als bedoeld in artikel 33, onder b, 2°, van de wet.