BWBR0005227
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 7
Besluit provisie kredietbemiddeling
1. De provisie-overeenkomst dient te bepalen dat met ingang van het tijdstip waarop het door de kredietnemer verschuldigde door de kredietgever vervroegd wordt opgeëist in een geval als bedoeld in artikel 33, onder c, van de wet, ter zake van de desbetreffende krediettransactie geen provisie meer is verschuldigd.
2. De provisie-overeenkomst dient een gelijke regeling te bevatten voor gevallen waarin de tot de krediettransactie behorende overeenkomsten worden ontbonden, met dien verstande dat de provisie-overeenkomst dient te bepalen dat, indien de ontbinding ongedaan wordt gemaakt op grond van artikel 42, tweede lid, van de wet, weer provisie verschuldigd wordt over de periode gerekend vanaf het tijdstip waarop de ontbinding ongedaan is gemaakt.
2. De provisie-overeenkomst dient een gelijke regeling te bevatten voor gevallen waarin de tot de krediettransactie behorende overeenkomsten worden ontbonden, met dien verstande dat de provisie-overeenkomst dient te bepalen dat, indien de ontbinding ongedaan wordt gemaakt op grond van artikel 42, tweede lid, van de wet, weer provisie verschuldigd wordt over de periode gerekend vanaf het tijdstip waarop de ontbinding ongedaan is gemaakt.