BWBR0005219
Geldig vanaf 1991-11-01
Artikel 11
Regeling verkeersbrigadiers
1. Bij de uitoefening van hun taak dienen verkeersbrigadiers ten minste te zijn uitgerust met:
a. een oranje fluorescerende jas of hes en
b. een stopteken als bedoeld in artikel 82, derde lid, van het RVV 1990.
2. Het stopteken komt voor in twee uitvoeringen:
a. als stopteken dat met de hand wordt opgehouden en voldoet aan het in de bijlage vastgestelde model;
b. als stopteken dat onderdeel uitmaakt van een draai-arm-systeem en dat ten minste voldoet aan type II en klasse I als bedoeld in Hoofdstuk II, paragraaf 3, van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens.
a. een oranje fluorescerende jas of hes en
b. een stopteken als bedoeld in artikel 82, derde lid, van het RVV 1990.
2. Het stopteken komt voor in twee uitvoeringen:
a. als stopteken dat met de hand wordt opgehouden en voldoet aan het in de bijlage vastgestelde model;
b. als stopteken dat onderdeel uitmaakt van een draai-arm-systeem en dat ten minste voldoet aan type II en klasse I als bedoeld in Hoofdstuk II, paragraaf 3, van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens.