BWBR0005210
Geldig vanaf 1992-08-01
Artikel 2
Besluit paraveterinairen
Onze Minister laat tot het uitoefenen van fysiotherapie bij dieren toe degene, die aantoont dat hij:
a. de bevoegdheid tot de uitoefening van het beroep van fysiotherapeut bezit ingevolge de Wet op de paramedische beroepen (Stb. 1963, 113),
b. een door Onze Minister aangewezen opleiding heeft gevolgd ter verkrijging van de noodzakelijke theoretische kennis en praktische vaardigheid om fysiotherapie bij dieren te kunnen uitoefenen, en
c. met goed gevolg een examen heeft afgelegd na de opleiding, bedoeld in onderdeel b, waaruit blijkt van voldoende theoretische kennis en praktische vaardigheid om fysiotherapie bij dieren te kunnen uitoefenen.
a. de bevoegdheid tot de uitoefening van het beroep van fysiotherapeut bezit ingevolge de Wet op de paramedische beroepen (Stb. 1963, 113),
b. een door Onze Minister aangewezen opleiding heeft gevolgd ter verkrijging van de noodzakelijke theoretische kennis en praktische vaardigheid om fysiotherapie bij dieren te kunnen uitoefenen, en
c. met goed gevolg een examen heeft afgelegd na de opleiding, bedoeld in onderdeel b, waaruit blijkt van voldoende theoretische kennis en praktische vaardigheid om fysiotherapie bij dieren te kunnen uitoefenen.